BWBR0030867
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 10
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012
1. De directie Opsporing is verantwoordelijk voor:
a. het opsporen – onder het gezag van de officier van justitie – van strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten verzamelen van criminele inlichtingen en het verwerken van persoonsgegevens binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, alsmede het opsporen van strafbare feiten op andere beleidsterreinen, voor zover daartoe door het desbetreffende bestuursorgaan bevoegdheid is gegeven;
b. de inrichting, het onderhoud en het beheer van de archieven met opsporingsinformatie van de eigen directie;
c. de ontwikkeling en het onderhoud van diverse financiële processen welke specifiek zijn voor een bijzondere opsporingsdienst;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 8, onderdeel d, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het terrein van de opsporing.
2. De activiteiten van de directie Opsporing strekken zich slechts uit tot het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover hierom door of namens de directeur-generaal Werk wordt verzocht of dit door de directie Opsporing en de directeur-generaal Werk wordt overeengekomen, dan wel dit voortvloeit uit wet- of regelgeving.
a. het opsporen – onder het gezag van de officier van justitie – van strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten verzamelen van criminele inlichtingen en het verwerken van persoonsgegevens binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, alsmede het opsporen van strafbare feiten op andere beleidsterreinen, voor zover daartoe door het desbetreffende bestuursorgaan bevoegdheid is gegeven;
b. de inrichting, het onderhoud en het beheer van de archieven met opsporingsinformatie van de eigen directie;
c. de ontwikkeling en het onderhoud van diverse financiële processen welke specifiek zijn voor een bijzondere opsporingsdienst;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 8, onderdeel d, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het terrein van de opsporing.
2. De activiteiten van de directie Opsporing strekken zich slechts uit tot het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover hierom door of namens de directeur-generaal Werk wordt verzocht of dit door de directie Opsporing en de directeur-generaal Werk wordt overeengekomen, dan wel dit voortvloeit uit wet- of regelgeving.