BWBR0030733
Geldig vanaf 2011-12-17
Artikel 17a
Wet College voor de rechten van de mens
De <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 13a tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het College;
b. voor de overeenkomstige toepassing van artikel 13b, eerste lid, onderdelen b en c, onder «overeenkomstig artikel 26 of 75 een klacht» wordt verstaan: een klacht.
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het College;
b. voor de overeenkomstige toepassing van artikel 13b, eerste lid, onderdelen b en c, onder «overeenkomstig artikel 26 of 75 een klacht» wordt verstaan: een klacht.