BWBR0030327
Geldig vanaf 2011-08-02
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Communicatie 2011
Het hoofd van de afdeling Omgevingskennis en Responsiviteit is verantwoordelijk voor:
a. het versterken van de signaalfunctie (over de grenzen van de organisatie heen) en het verbeteren van de responsiviteit van het ministerie, waarmee de beleidsdirecties in staat worden gesteld om gerichter beleid te ontwikkelen;
b. het beoordelen welke issues en trends relevant zijn voor het ministerie;
c. het gericht en structureel ophalen van signalen uit de samenleving, deze te monitoren en te analyseren;
d. het regulier opstellen van de (dagelijkse) media- en omgevingsoverzichten, inclusief duiding en analyse;
e. het dagelijks, gedurende de dag, monitoren van het nieuws;
f. analyses waarin een integraal omgevingsbeeld is opgenomen, waarbij media mogelijk wordt aangevuld met bijvoorbeeld social media, publieksvragen en gericht opinieonderzoek. Omgevingsbeelden vertalen naar issues en concrete adviezen aan het ministerie;
g. het omzetten van data en analyse naar gerichte adviezen. Dat kan gaan over bijvoorbeeld onderdelen van het beleidsinstrumentarium of meer gericht inzichten vanuit de gedragswetenschap zoals nudging;
h. het onderzoeken van de corporate identiteit en de beleidsthema’s van het ministerie vanuit de communicatiediscipline;
i. het adviseren van de communicatieadviseurs en woordvoerders, beleidsdirecties en bewindspersonen op basis van de resultaten van het onderzoek genoemd in onderdeel m;
j. het vergaren, analyseren en duiden van omgevingskennis;
k. het monitoren van beleidsonderwerpen ten behoeve van het ministerie.
a. het versterken van de signaalfunctie (over de grenzen van de organisatie heen) en het verbeteren van de responsiviteit van het ministerie, waarmee de beleidsdirecties in staat worden gesteld om gerichter beleid te ontwikkelen;
b. het beoordelen welke issues en trends relevant zijn voor het ministerie;
c. het gericht en structureel ophalen van signalen uit de samenleving, deze te monitoren en te analyseren;
d. het regulier opstellen van de (dagelijkse) media- en omgevingsoverzichten, inclusief duiding en analyse;
e. het dagelijks, gedurende de dag, monitoren van het nieuws;
f. analyses waarin een integraal omgevingsbeeld is opgenomen, waarbij media mogelijk wordt aangevuld met bijvoorbeeld social media, publieksvragen en gericht opinieonderzoek. Omgevingsbeelden vertalen naar issues en concrete adviezen aan het ministerie;
g. het omzetten van data en analyse naar gerichte adviezen. Dat kan gaan over bijvoorbeeld onderdelen van het beleidsinstrumentarium of meer gericht inzichten vanuit de gedragswetenschap zoals nudging;
h. het onderzoeken van de corporate identiteit en de beleidsthema’s van het ministerie vanuit de communicatiediscipline;
i. het adviseren van de communicatieadviseurs en woordvoerders, beleidsdirecties en bewindspersonen op basis van de resultaten van het onderzoek genoemd in onderdeel m;
j. het vergaren, analyseren en duiden van omgevingskennis;
k. het monitoren van beleidsonderwerpen ten behoeve van het ministerie.