BWBR0030180
Geldig vanaf 2011-07-01
Artikel 3.3
Subsidieregeling emancipatie 2011
1. Een aanvraag voor een subsidie wordt slechts verleend indien de minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan, mede gelet op de voor emancipatie van vrouwen en meisjes en LHBT-emancipatie beschikbare financiële middelen, in belangrijke mate bijdraagt aan het beleid, zoals is neergelegd in het huidige kabinetsbeleid op het terrein van vrouwenemancipatie en LHBT-emancipatie.
2. In het geval de minister geen indieningtermijn als bedoeld in artikel 1.4, vierde lid, vaststelt, wordt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor projectsubsidies verdeeld.
3. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
2. In het geval de minister geen indieningtermijn als bedoeld in artikel 1.4, vierde lid, vaststelt, wordt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor projectsubsidies verdeeld.
3. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid de dag waarop de aanvraag is aangevuld.