BWBR0030180
Geldig vanaf 2011-07-01
Artikel 2.5
Subsidieregeling emancipatie 2011
1. De minister kan subsidie verstrekken per boekjaar aan een instelling die zich specifiek richt op vrouwenemancipatie en die zich primair ten doel stelt materiaal over de positie van vrouwen en meisjes in de samenleving en het erfgoed van de vrouwenbewegingen te verzamelen, te beheren, te ontsluiten en toegankelijk te maken en landelijk de emancipatie van vrouwen en meisjes in de samenleving te bevorderen door middel van het vervullen van de functie van kenniscentrum voor emancipatie.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de instelling:
a. het doel genoemd in het eerste lid na te streven;
b. aantoonbare ervaring te hebben met het realiseren van het in het eerste lid genoemde doel;
c. te beschikken over nationaal en internationaal materiaal omtrent de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbewegingen;
d. het in onderdeel c genoemde materiaal te beheren en te ontsluiten;
e. actief nieuw nationaal en internationaal materiaal omtrent de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbewegingen te signaleren en te verwerven;
f. personen bij het zoeken naar algemene en specifieke informatie over de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbeweging te ondersteunen;
g. actief het materiaal zowel in papier als digitaal zichtbaar te maken en ter beschikking te stellen aan het publiek;
h. de lokale vrouwenparticipatie te ondersteunen en te stimuleren;
i. het maatschappelijk debat over emancipatie te stimuleren;
j. beleidsadvies, beleidsimplementatie en praktijkgericht onderzoek te leveren aansluitend bij actuele maatschappelijke thema’s en politieke actualiteit;
k. feiten, cijfers, onderzoeksgegevens en praktijkvoorbeelden te verzamelen;
l. actuele en betrouwbare informatie te ontsluiten;
m. personen bij het zoeken naar algemene en specifieke informatie over de emancipatie van vrouwen te ondersteunen;
n. actief het materiaal zowel in papier als digitaal zichtbaar te maken en ter beschikking te stellen aan het publiek;
o. te beschikken over een digitale catalogus;
p. toegankelijk te zijn voor het publiek;
q. naamsbekendheid te generen.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de instelling:
a. het doel genoemd in het eerste lid na te streven;
b. aantoonbare ervaring te hebben met het realiseren van het in het eerste lid genoemde doel;
c. te beschikken over nationaal en internationaal materiaal omtrent de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbewegingen;
d. het in onderdeel c genoemde materiaal te beheren en te ontsluiten;
e. actief nieuw nationaal en internationaal materiaal omtrent de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbewegingen te signaleren en te verwerven;
f. personen bij het zoeken naar algemene en specifieke informatie over de emancipatie van vrouwen en de vrouwenbeweging te ondersteunen;
g. actief het materiaal zowel in papier als digitaal zichtbaar te maken en ter beschikking te stellen aan het publiek;
h. de lokale vrouwenparticipatie te ondersteunen en te stimuleren;
i. het maatschappelijk debat over emancipatie te stimuleren;
j. beleidsadvies, beleidsimplementatie en praktijkgericht onderzoek te leveren aansluitend bij actuele maatschappelijke thema’s en politieke actualiteit;
k. feiten, cijfers, onderzoeksgegevens en praktijkvoorbeelden te verzamelen;
l. actuele en betrouwbare informatie te ontsluiten;
m. personen bij het zoeken naar algemene en specifieke informatie over de emancipatie van vrouwen te ondersteunen;
n. actief het materiaal zowel in papier als digitaal zichtbaar te maken en ter beschikking te stellen aan het publiek;
o. te beschikken over een digitale catalogus;
p. toegankelijk te zijn voor het publiek;
q. naamsbekendheid te generen.