BWBR0029887
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 2.30
Regeling lozen buiten inrichtingen
1. De instantie, bedoelt in artikel 2.29, eerste lid, verleent een certificaat van typegoedkeuring als de zuiveringsvoorziening:
a. overeenstemt met de aangeleverde gegevens;
b. na demonstratie van het prototype zuiveringsvoorziening door de fabrikant volgens één van de in de bijlage opgenomen testen voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.28; en
c. als tijdens het testen niet gebleken is dat aan het gebruik van de zuiveringsvoorziening significante risico’s zijn ten aanzien van de gezondheid, de veiligheid of het milieu.
2. Ten behoeve van het verlenen van het certificaat van typegoedkeuring stelt de instantie een aanvraagprocedure vast waarmee in ieder geval wordt gevraagd om gegevens met betrekking tot ontwerp, kenmerken en prestaties van de zuiveringsvoorziening, de onderdelen en afstellingen die van invloed zijn op het niveau van de toiletwaterzuivering, evenals de wijzigingen daarvan.
3. De instantie neemt in het certificaat eventuele beperkende voorwaarden aan het functioneren van de zuiveringsvoorziening op die vervuld moeten zijn voordat een zuiveringsvoorziening voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.28.
a. overeenstemt met de aangeleverde gegevens;
b. na demonstratie van het prototype zuiveringsvoorziening door de fabrikant volgens één van de in de bijlage opgenomen testen voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.28; en
c. als tijdens het testen niet gebleken is dat aan het gebruik van de zuiveringsvoorziening significante risico’s zijn ten aanzien van de gezondheid, de veiligheid of het milieu.
2. Ten behoeve van het verlenen van het certificaat van typegoedkeuring stelt de instantie een aanvraagprocedure vast waarmee in ieder geval wordt gevraagd om gegevens met betrekking tot ontwerp, kenmerken en prestaties van de zuiveringsvoorziening, de onderdelen en afstellingen die van invloed zijn op het niveau van de toiletwaterzuivering, evenals de wijzigingen daarvan.
3. De instantie neemt in het certificaat eventuele beperkende voorwaarden aan het functioneren van de zuiveringsvoorziening op die vervuld moeten zijn voordat een zuiveringsvoorziening voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.28.