BWBR0029887
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 2.28
Regeling lozen buiten inrichtingen
1. Een zuiveringsvoorziening heeft een zodanige werking dat het te lozen toiletwater, na door de zuiveringsvoorziening te zijn geleid:
a. van de parameter Intestinale enterokokken maximaal 330 kolonievormende eenheden per 100 ml bevat, gebaseerd op een beoordeling van het 90-percentiel en geanalyseerd overeenkomstig NEN-EN-ISO 7899-1 of NEN-EN-ISO 7899-2;
b. van de parameter Escherichia coli maximaal 900 kolonievormende eenheden per 100 ml bevat, gebaseerd op een beoordeling van het 90-percentiel en geanalyseerd overeenkomstig NEN-EN-ISO 9308-3 of NEN-EN-ISO 9308-1.
2. Uitgaande van een beoordeling van de normale waarschijnlijkheidsverdeling van log 10van de microbiologische gegevens van het gezuiverde toiletwater wordt de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde percentielwaarde als volgt afgeleid:
a. neem de log10-waarde van alle bacterietellingen in de te beoordelen gegevensreeks. Indien het resultaat een nulwaarde is, neem dan de log10-waarde van de minimum detectielimiet van de gebruikte analytische methode;
b. bepaal het rekenkundig gemiddelde van de log10-waarden (μ);
c. bepaal de standaardafwijking van de log10-waarden (σ);
waarbij het hoogste 90-percentielpunt van de waarschijnlijkheidsverdeling van de gegevens wordt berekend met de volgende vergelijking: hoogste 90-percentiel = antilog (μ + 1,282 σ).
3. Geborgd is dat via de zuiveringsvoorziening geen onbehandeld toiletwater kan worden geloosd als deze uitgeschakeld is of niet in bedrijf is.
a. van de parameter Intestinale enterokokken maximaal 330 kolonievormende eenheden per 100 ml bevat, gebaseerd op een beoordeling van het 90-percentiel en geanalyseerd overeenkomstig NEN-EN-ISO 7899-1 of NEN-EN-ISO 7899-2;
b. van de parameter Escherichia coli maximaal 900 kolonievormende eenheden per 100 ml bevat, gebaseerd op een beoordeling van het 90-percentiel en geanalyseerd overeenkomstig NEN-EN-ISO 9308-3 of NEN-EN-ISO 9308-1.
2. Uitgaande van een beoordeling van de normale waarschijnlijkheidsverdeling van log 10van de microbiologische gegevens van het gezuiverde toiletwater wordt de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde percentielwaarde als volgt afgeleid:
a. neem de log10-waarde van alle bacterietellingen in de te beoordelen gegevensreeks. Indien het resultaat een nulwaarde is, neem dan de log10-waarde van de minimum detectielimiet van de gebruikte analytische methode;
b. bepaal het rekenkundig gemiddelde van de log10-waarden (μ);
c. bepaal de standaardafwijking van de log10-waarden (σ);
waarbij het hoogste 90-percentielpunt van de waarschijnlijkheidsverdeling van de gegevens wordt berekend met de volgende vergelijking: hoogste 90-percentiel = antilog (μ + 1,282 σ).
3. Geborgd is dat via de zuiveringsvoorziening geen onbehandeld toiletwater kan worden geloosd als deze uitgeschakeld is of niet in bedrijf is.