BWBR0029887
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 2.18
Regeling lozen buiten inrichtingen
1. Aan artikel 3.13, vierde lid, onder c, van het besluitwordt bij het laden en lossen van schepen met inerte goederen in ieder geval voldaan indien:
a. bij het laden en lossen van inerte goederen de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter, of
b. het schip, waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.
2. Bij het laden en lossen van schepen met inerte goederen wordt het schoonmaken van grijpers wordt zo uitgevoerd dat overslagresten of spoelwater niet in een oppervlaktewaterlichaam geraken.
a. bij het laden en lossen van inerte goederen de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter, of
b. het schip, waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.
2. Bij het laden en lossen van schepen met inerte goederen wordt het schoonmaken van grijpers wordt zo uitgevoerd dat overslagresten of spoelwater niet in een oppervlaktewaterlichaam geraken.