BWBR0029876
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 7
Verordening financiën bedrijfslichamen 2011
1. Activa en passiva worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden:
a. voorraden tegen opbrengstwaarde gewaardeerd indien de opbrengstwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs;
b. vorderingen, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd;
c. liquide middelen tegen de nominale waarde gewaardeerd;
d. schulden tegen de nominale waarde gewaardeerd;
e. voorzieningen tegen de nominale waarde gewaardeerd.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering of vermeerdering van hun waarde, indien deze vermindering respectievelijk vermeerdering naar verwachting bestendig is.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden:
a. voorraden tegen opbrengstwaarde gewaardeerd indien de opbrengstwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs;
b. vorderingen, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd;
c. liquide middelen tegen de nominale waarde gewaardeerd;
d. schulden tegen de nominale waarde gewaardeerd;
e. voorzieningen tegen de nominale waarde gewaardeerd.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering of vermeerdering van hun waarde, indien deze vermindering respectievelijk vermeerdering naar verwachting bestendig is.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029876
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl