BWBR0029876
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 6
Verordening financiën bedrijfslichamen 2011
1. Het bestuur van een bedrijfslichaam legt het vermogensbeleid schriftelijk vast.
2. Met het vermogensbeleid wordt ten minste een onderbouwd inzicht verschaft in:
a. de financieringsbehoefte en de omvang van de benodigde middelen;
b. het streefniveau voor de som van de algemene reserve en bestemmingsreserves in samenhang met de financieringsbehoefte en de omvang van de benodigde middelen;
c. de maatregelen die worden getroffen om het gewenste streefniveau te realiseren, in het geval het gewenste streefniveau niet is gerealiseerd of naar verwachting niet wordt gerealiseerd;
d. de uitgangspunten en de bijbehorende criteria voor het beheer van de financiële vaste activa, vlottende activa en de liquide middelen.
3. De in het tweede lid onder d. genoemde uitgangspunten en criteria behelzen ten minste de aard, de mate van directe opeisbaarheid, de samenstelling en de in acht te nemen prudentie.
2. Met het vermogensbeleid wordt ten minste een onderbouwd inzicht verschaft in:
a. de financieringsbehoefte en de omvang van de benodigde middelen;
b. het streefniveau voor de som van de algemene reserve en bestemmingsreserves in samenhang met de financieringsbehoefte en de omvang van de benodigde middelen;
c. de maatregelen die worden getroffen om het gewenste streefniveau te realiseren, in het geval het gewenste streefniveau niet is gerealiseerd of naar verwachting niet wordt gerealiseerd;
d. de uitgangspunten en de bijbehorende criteria voor het beheer van de financiële vaste activa, vlottende activa en de liquide middelen.
3. De in het tweede lid onder d. genoemde uitgangspunten en criteria behelzen ten minste de aard, de mate van directe opeisbaarheid, de samenstelling en de in acht te nemen prudentie.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029876
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl