BWBR0029668
Geldig vanaf 2011-03-04
Artikel 3.1
Regeling dierlijke bijproducten 2011
Als categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 81g, van de wet, wordt aangewezen categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 9, van de basisverordening met uitzondering van:
a. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de basisverordening;
b. categorie 1- en categorie 2-materiaal dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van afgeleide producten als bedoeld in artikel 33, van de basisverordening.
c. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid en artikel 18, eerste en tweede lid, van de basisverordening, die worden gebruikt voor de daar genoemde activiteiten, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten;
d. dode gezelschapsdieren die worden verwijderd door begraving overeenkomstig artikel 2.11, eerste lid.
e. kadavers van paarden en gezelschapsdieren, mits de kadavers overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van de basisverordening worden verbrand of meeverbrand;
f. kadavers van pelsdieren, mits de kadavers worden onthuid in een inrichting of bedrijf die op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van de basisverordening voor het uitvoeren van die activiteit is erkend.
g. dierlijke bijproducten die bij een uitbraak van een meldingsplichtige ziekte met toepassing van 19, eerste lid, onderdeel c, van de basisverordening worden verwijderd door verbranding of begraving ter plaatse;
h. bijproducten van bijen en bijenteelt die worden verwijderd overeenkomstig artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de basisverordening;
i. mest, niet-gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal.
a. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de basisverordening;
b. categorie 1- en categorie 2-materiaal dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van afgeleide producten als bedoeld in artikel 33, van de basisverordening.
c. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid en artikel 18, eerste en tweede lid, van de basisverordening, die worden gebruikt voor de daar genoemde activiteiten, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten;
d. dode gezelschapsdieren die worden verwijderd door begraving overeenkomstig artikel 2.11, eerste lid.
e. kadavers van paarden en gezelschapsdieren, mits de kadavers overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van de basisverordening worden verbrand of meeverbrand;
f. kadavers van pelsdieren, mits de kadavers worden onthuid in een inrichting of bedrijf die op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van de basisverordening voor het uitvoeren van die activiteit is erkend.
g. dierlijke bijproducten die bij een uitbraak van een meldingsplichtige ziekte met toepassing van 19, eerste lid, onderdeel c, van de basisverordening worden verwijderd door verbranding of begraving ter plaatse;
h. bijproducten van bijen en bijenteelt die worden verwijderd overeenkomstig artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de basisverordening;
i. mest, niet-gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal.