BWBR0029363
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 14
Openstellingsbesluit groen onderwijs 2011
1. De subsidiabele kosten, bedoeld in 28, eerste lid, van de regelingzijn, tenzij anders bepaald:
a. de kosten van het in te zetten personeel van de aanvrager en, indien de aanvraag in samenwerking wordt gedaan, van de instellingen die een samenwerking zijn aangegaan met de aanvrager. Indien de aanvrager een organisatie is, zijn alleen de kosten van personeel dat specifiek ten dienste van de uitvoering van de aangevraagde activiteit wordt ingezet subsidiabel;
b. kosten voor de inhuur van ondersteuningsinstellingen, bedrijven en onderzoeksinstellingen die noodzakelijk zijn voor het doel en de aard van de aangevraagde activiteit;
c. de kosten van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de regeling, tot een maximum van € 2.500,–, en
d. materiële kosten die noodzakelijk zijn gezien het doel en de aard van de aangevraagde activiteit.
2. De kosten voor het inzetten van personeel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden voor het jaar 2011 bepaald op basis van de uurtarieven behorend bij de schalen in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke Rijksambtenaren 1984, als volgt:
a. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 1 tot en met 9: € 58,–;
b. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 10 tot en met 12: € 73,–;
c. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 13 tot en met 18: € 96,–.
a. de kosten van het in te zetten personeel van de aanvrager en, indien de aanvraag in samenwerking wordt gedaan, van de instellingen die een samenwerking zijn aangegaan met de aanvrager. Indien de aanvrager een organisatie is, zijn alleen de kosten van personeel dat specifiek ten dienste van de uitvoering van de aangevraagde activiteit wordt ingezet subsidiabel;
b. kosten voor de inhuur van ondersteuningsinstellingen, bedrijven en onderzoeksinstellingen die noodzakelijk zijn voor het doel en de aard van de aangevraagde activiteit;
c. de kosten van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de regeling, tot een maximum van € 2.500,–, en
d. materiële kosten die noodzakelijk zijn gezien het doel en de aard van de aangevraagde activiteit.
2. De kosten voor het inzetten van personeel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden voor het jaar 2011 bepaald op basis van de uurtarieven behorend bij de schalen in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke Rijksambtenaren 1984, als volgt:
a. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 1 tot en met 9: € 58,–;
b. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 10 tot en met 12: € 73,–;
c. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 13 tot en met 18: € 96,–.