BWBR0028982
Geldig vanaf 2010-10-02
Artikel 6
Onderlinge regeling boedelscheiding Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen
1. Bij wijze van voorschot op het bepaalde in artikel 5, eerste lid, ontvangen de betrokken landen elk afzonderlijk:
a. de liquide middelen die op het binnen het grondgebied van dat land gevestigde kantoor van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen worden beheerd;
b. een evenredig aandeel in de waarde per 31 december 2009 van 85 procent van de beleggingen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, te verdelen volgens de criteria als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze regeling, met dien verstande dat bij deze voorlopige verdeling het jaar 2010 als onderdeel van de verdeelcriteria buiten beschouwing wordt gelaten en dat op het aan een land toekomend evenredig aandeel de waarde van het volgens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van het Rijksbesluit opvolging Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen toekomende onroerende zaak in mindering wordt gebracht.
2. In overeenstemming met de betrokken landen kan het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde percentage of het relatieve aandeel van een land in het voorschot lager worden vastgesteld, indien inzichten in de omvang van andere uit de boedel van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen te verdelen componenten, daartoe aanleiding geven.
3. De landen kunnen met ingang van het tijdstip van transitie over het voorschot als bedoeld in het eerste lid beschikken. Onverminderd artikel 1, tweede lid, kan een land bepalen dat het aan dat land toevallende voorschot beschikbaar wordt gesteld aan een door dat land aangewezen uitvoeringsorganisatie.
4. De uitvoering van dit artikel ligt bij de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen.
a. de liquide middelen die op het binnen het grondgebied van dat land gevestigde kantoor van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen worden beheerd;
b. een evenredig aandeel in de waarde per 31 december 2009 van 85 procent van de beleggingen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, te verdelen volgens de criteria als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze regeling, met dien verstande dat bij deze voorlopige verdeling het jaar 2010 als onderdeel van de verdeelcriteria buiten beschouwing wordt gelaten en dat op het aan een land toekomend evenredig aandeel de waarde van het volgens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van het Rijksbesluit opvolging Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen toekomende onroerende zaak in mindering wordt gebracht.
2. In overeenstemming met de betrokken landen kan het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde percentage of het relatieve aandeel van een land in het voorschot lager worden vastgesteld, indien inzichten in de omvang van andere uit de boedel van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen te verdelen componenten, daartoe aanleiding geven.
3. De landen kunnen met ingang van het tijdstip van transitie over het voorschot als bedoeld in het eerste lid beschikken. Onverminderd artikel 1, tweede lid, kan een land bepalen dat het aan dat land toevallende voorschot beschikbaar wordt gesteld aan een door dat land aangewezen uitvoeringsorganisatie.
4. De uitvoering van dit artikel ligt bij de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen.