BWBR0028982
Geldig vanaf 2010-10-02
Artikel 5
Onderlinge regeling boedelscheiding Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen
1. Het vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie overeenkomstig de in artikel 4, tweede lidbepaalde vaststelling, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip van transitie verdeeld tussen de betrokken landen naar rato van de gemiddelde premie-inning ten gunste van het Ouderdomsfonds, het Weduwen- en wezenfonds, het Ziektefonds en het Ongevallenfonds gezamenlijk over de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 (gedeeltelijk) op de respectievelijke eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten en BES.
2. Het vermogen van het Cessantiafonds en dat van het Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie, zoals vastgelegd in de gecontroleerde jaarrekening over het voorgaande deel van 2010, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip van transitie verdeeld tussen de betrokken landen naar rato van de gemiddelde premie-inning ten gunste van dat fonds over de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 (gedeeltelijk) op de respectievelijke eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten en BES.
3. Overname door de overnemende landen op het tijdstip van transitie van vorderingen en verplichtingen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan het tijdstip van transitie, geschiedt onder verrekening binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde vermogensverdeling.
4. Onverminderd artikel 1, tweede lid, kan een land bepalen dat het aan dat land toevallende aandeel in het vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, daaronder mede begrepen de vordering en schulden als bedoeld in het derde lid, toevallen aan een door dat land aangewezen uitvoeringsorganisatie. Voor zover in die situatie en die bedoeld in artikel 1, tweede lid, de in de voorgaande leden bedoelde vermogensverdeling niet in liquide middelen kan worden afgerekend, wordt de resterende schuldverhouding door het betrokken land overgenomen.
5. De vermogensverdeling als bedoeld in dit artikel vindt plaats op basis van een gecontroleerde jaarrekening van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, alsmede van het Cessantiafonds en het Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden. De accountant brengt over zijn bevindingen verslag uit aan de landen.
6. Indien naar het oordeel van een van de landen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de in het vijfde lid genoemde stukken, kan dat land vorderen dat ter verificatie een nader onderzoek wordt ingesteld door een gezamenlijk aan te wijzen accountant, niet zijnde de reguliere accountant bedoeld in het vijfde lid. De kosten van een nader onderzoek als bedoeld in de eerste volzin worden ten laste van het te verdelen vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen gebracht.
2. Het vermogen van het Cessantiafonds en dat van het Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie, zoals vastgelegd in de gecontroleerde jaarrekening over het voorgaande deel van 2010, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip van transitie verdeeld tussen de betrokken landen naar rato van de gemiddelde premie-inning ten gunste van dat fonds over de jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 (gedeeltelijk) op de respectievelijke eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten en BES.
3. Overname door de overnemende landen op het tijdstip van transitie van vorderingen en verplichtingen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan het tijdstip van transitie, geschiedt onder verrekening binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde vermogensverdeling.
4. Onverminderd artikel 1, tweede lid, kan een land bepalen dat het aan dat land toevallende aandeel in het vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, daaronder mede begrepen de vordering en schulden als bedoeld in het derde lid, toevallen aan een door dat land aangewezen uitvoeringsorganisatie. Voor zover in die situatie en die bedoeld in artikel 1, tweede lid, de in de voorgaande leden bedoelde vermogensverdeling niet in liquide middelen kan worden afgerekend, wordt de resterende schuldverhouding door het betrokken land overgenomen.
5. De vermogensverdeling als bedoeld in dit artikel vindt plaats op basis van een gecontroleerde jaarrekening van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, alsmede van het Cessantiafonds en het Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden. De accountant brengt over zijn bevindingen verslag uit aan de landen.
6. Indien naar het oordeel van een van de landen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de in het vijfde lid genoemde stukken, kan dat land vorderen dat ter verificatie een nader onderzoek wordt ingesteld door een gezamenlijk aan te wijzen accountant, niet zijnde de reguliere accountant bedoeld in het vijfde lid. De kosten van een nader onderzoek als bedoeld in de eerste volzin worden ten laste van het te verdelen vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen gebracht.