BWBR0028982
Geldig vanaf 2010-10-02
Artikel 1
Onderlinge regeling boedelscheiding Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. BES: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
b. land: Curaçao, Sint Maarten of, met betrekking tot de BES, Nederland, dan wel de met die landen corresponderende rechtspersonen land Curaçao, land Sint Maarten en Staat der Nederlanden;
c. overnemende land: het land dat ingevolge de bepalingen van het Rijksbesluit opvolging Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen de respectievelijke rechten en verplichtingen overneemt zoals dat bepaald wordt in dat besluit;
d. uitkeringsgerechtigde: degene die op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie een uitkering, verstrekking of tegemoetkoming ontvangt op grond van: 1°. de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83),
2°. de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194),
3°. de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15),
4°. de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14),
5°. de Cessantiaregeling (P.B. 1983, no. 85), dan wel
6°. de Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249), zoals deze regelingen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling luiden;
1°. de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83),
2°. de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194),
3°. de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15),
4°. de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14),
5°. de Cessantiaregeling (P.B. 1983, no. 85), dan wel
6°. de Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249), zoals deze regelingen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling luiden;
e. tijdstip van transitie: het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;
f. vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen: het blijkens de gecontroleerde jaarrekening onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie totale vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, waaronder mede begrepen het vermogen van het Ouderdomsfonds ex artikel 24 van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83), het Weduwen- en wezenfonds ex artikel 27 van de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194), het Schommelfonds Ouderdoms- en Weduwen- en wezenverzekering ex artikel 14 lid 4 van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank (P.B. 1960, no. 154), het Ziektefonds ex artikel 8 van de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15), het Ongevallenfonds ex artikel 8 van de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14) en het Schommelfonds ziekte- en ongevallenverzekering ex artikel 14 lid 3 van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank (P.B. 1960, no. 154).
2. Indien een land de bevoegdheid ter zake van de uitvoering van een in het eerste lid, onderdeel d, genoemde regeling dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening, rechtstreeks opdraagt aan een daartoe aangewezen uitvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid van dat land, treedt die uitvoeringsorganisatie voor de toepassing van deze regeling, met uitzondering van artikel 5, vierde lid, tweede volzin, in de plaats van dat land.
3. Een eilandsverordening die krachtens de Overgangsregeling decentralisatie Nederlandse Antillen (P.B. 2009, no. 75) een voortzetting is van een in het eerste lid, onderdeel d onder 1 tot en met 5 genoemde landsverordening, geldt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d samen met de desbetreffende landsverordening als een zelfde regeling.
a. BES: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
b. land: Curaçao, Sint Maarten of, met betrekking tot de BES, Nederland, dan wel de met die landen corresponderende rechtspersonen land Curaçao, land Sint Maarten en Staat der Nederlanden;
c. overnemende land: het land dat ingevolge de bepalingen van het Rijksbesluit opvolging Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen de respectievelijke rechten en verplichtingen overneemt zoals dat bepaald wordt in dat besluit;
d. uitkeringsgerechtigde: degene die op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie een uitkering, verstrekking of tegemoetkoming ontvangt op grond van: 1°. de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83),
2°. de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194),
3°. de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15),
4°. de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14),
5°. de Cessantiaregeling (P.B. 1983, no. 85), dan wel
6°. de Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249), zoals deze regelingen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling luiden;
1°. de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83),
2°. de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194),
3°. de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15),
4°. de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14),
5°. de Cessantiaregeling (P.B. 1983, no. 85), dan wel
6°. de Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249), zoals deze regelingen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze onderlinge regeling luiden;
e. tijdstip van transitie: het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;
f. vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen: het blijkens de gecontroleerde jaarrekening onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie totale vermogen van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen, waaronder mede begrepen het vermogen van het Ouderdomsfonds ex artikel 24 van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83), het Weduwen- en wezenfonds ex artikel 27 van de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194), het Schommelfonds Ouderdoms- en Weduwen- en wezenverzekering ex artikel 14 lid 4 van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank (P.B. 1960, no. 154), het Ziektefonds ex artikel 8 van de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15), het Ongevallenfonds ex artikel 8 van de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14) en het Schommelfonds ziekte- en ongevallenverzekering ex artikel 14 lid 3 van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank (P.B. 1960, no. 154).
2. Indien een land de bevoegdheid ter zake van de uitvoering van een in het eerste lid, onderdeel d, genoemde regeling dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening, rechtstreeks opdraagt aan een daartoe aangewezen uitvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid van dat land, treedt die uitvoeringsorganisatie voor de toepassing van deze regeling, met uitzondering van artikel 5, vierde lid, tweede volzin, in de plaats van dat land.
3. Een eilandsverordening die krachtens de Overgangsregeling decentralisatie Nederlandse Antillen (P.B. 2009, no. 75) een voortzetting is van een in het eerste lid, onderdeel d onder 1 tot en met 5 genoemde landsverordening, geldt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d samen met de desbetreffende landsverordening als een zelfde regeling.