BWBR0028963
Geldig vanaf 2010-10-02
Artikel 11
Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen
1. De landen Curaçao, Sint Maarten en de staat der Nederlanden ontvangen op grond van artikel 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antilleneen voorschot op de verdeling van de boedel van het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen. Partijen in deze Onderlinge Regeling spreken af dat genoemde voorschot wordt betaald op de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillenin het staatsblad is geplaatst.
2. Voor de duur dat het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillengenoemde voorschot voor Sint Maarten in beheer blijft van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, of diens rechtsopvolger, worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden nog niet in mindering gebracht op dit voorschot, uiteraard onder gelijktijdige handhaving van die vordering op Sint Maarten. Op het moment dat Sint Maarten uitbetaling vordert van het voorschot is het Algemeen Pensioenfonds van Sint Maarten, op wie de vordering op de transitiedatum van rechtswege is overgegaan, gerechtigd het voorschot op dat moment te salderen met de op dat moment nog openstaande vorderingen of betalingsachterstanden. De gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers worden dan door het pensioenfonds dat tot dan het beheer voert over het pensioenfonds van Sint Maarten overgedragen aan het pensioenfonds van Sint Maarten.
3. Op het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillengenoemde voorschot voor Nederland worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba in mindering gebracht onder gelijktijdige overdracht door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen van de gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers aan Nederland.
2. Voor de duur dat het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillengenoemde voorschot voor Sint Maarten in beheer blijft van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, of diens rechtsopvolger, worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden nog niet in mindering gebracht op dit voorschot, uiteraard onder gelijktijdige handhaving van die vordering op Sint Maarten. Op het moment dat Sint Maarten uitbetaling vordert van het voorschot is het Algemeen Pensioenfonds van Sint Maarten, op wie de vordering op de transitiedatum van rechtswege is overgegaan, gerechtigd het voorschot op dat moment te salderen met de op dat moment nog openstaande vorderingen of betalingsachterstanden. De gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers worden dan door het pensioenfonds dat tot dan het beheer voert over het pensioenfonds van Sint Maarten overgedragen aan het pensioenfonds van Sint Maarten.
3. Op het in art 9 van de AMvRB rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillengenoemde voorschot voor Nederland worden de op het moment van uitbetaling nog bestaande betalingsachterstanden van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba in mindering gebracht onder gelijktijdige overdracht door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen van de gespecificeerde vorderingen en achterliggende dossiers aan Nederland.