BWBR0028594
Artikel 9
Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen
1 De landen Curaçao en Sint Maarten en de Staat der Nederlanden hebben elk recht op
een aandeel in het vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen,
naar de waarde van dat vermogen op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie.
De vaststelling van de omvang en de verdeling van dat vermogen geschieden overeenkomstig
de daartoe in de Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds
Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen vastgelegde
afspraken.
2 Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen en, vanaf het tijdstip van
transitie, zijn rechtsopvolger reserveren, bij wijze van voorschot op de in het eerste
lid bedoelde verdeling, een bedrag van ANG 291.594.000 ten behoeve van het Pensioenfonds
Sint Maarten. Het gereserveerde bedrag wordt op daartoe strekkend verzoek uitbetaald
aan het land Sint Maarten.
3 Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen betaalt zo spoedig mogelijk
na het tijdstip, bedoeld in artikel 11, tweede lid, doch uiterlijk op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie, de Staat der
Nederlanden ten behoeve van het Pensioenfonds BES een bedrag van ANG 241.607.000 als
voorschot op de in het eerste lid bedoelde verdeling.
4 Na betaling van het in het derde lid bedoelde bedrag heeft het Algemeen Pensioenfonds
van de Nederlandse Antillen een vordering van gelijke omvang op de Staat der Nederlanden.
Bedoelde vordering vervalt op het tijdstip van transitie.
5 De in het tweede lid bedoelde verplichtingen rusten, indien voor het Algemeen Pensioenfonds
van de Nederlandse Antillen geen rechtsopvolger is aangewezen, vanaf het tijdstip
van transitie op het land Curaçao.
een aandeel in het vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen,
naar de waarde van dat vermogen op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie.
De vaststelling van de omvang en de verdeling van dat vermogen geschieden overeenkomstig
de daartoe in de Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds
Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen vastgelegde
afspraken.
2 Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen en, vanaf het tijdstip van
transitie, zijn rechtsopvolger reserveren, bij wijze van voorschot op de in het eerste
lid bedoelde verdeling, een bedrag van ANG 291.594.000 ten behoeve van het Pensioenfonds
Sint Maarten. Het gereserveerde bedrag wordt op daartoe strekkend verzoek uitbetaald
aan het land Sint Maarten.
3 Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen betaalt zo spoedig mogelijk
na het tijdstip, bedoeld in artikel 11, tweede lid, doch uiterlijk op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie, de Staat der
Nederlanden ten behoeve van het Pensioenfonds BES een bedrag van ANG 241.607.000 als
voorschot op de in het eerste lid bedoelde verdeling.
4 Na betaling van het in het derde lid bedoelde bedrag heeft het Algemeen Pensioenfonds
van de Nederlandse Antillen een vordering van gelijke omvang op de Staat der Nederlanden.
Bedoelde vordering vervalt op het tijdstip van transitie.
5 De in het tweede lid bedoelde verplichtingen rusten, indien voor het Algemeen Pensioenfonds
van de Nederlandse Antillen geen rechtsopvolger is aangewezen, vanaf het tijdstip
van transitie op het land Curaçao.