BWBR0028963
Geldig vanaf 2010-10-02
Artikel 10
Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen
1. De waardering van de activa en de passiva van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds wordt per tijdstip direct voorafgaand aan het tijdstip van transitie vastgesteld.
2. Voor de waardering van de activa en de passiva van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, vormt de waardevaststelling zoals opgenomen in de eindbalans van de jaarrekening per het tijdstip direct voorafgaand aan het tijdstip van transitie het uitgangspunt, met als voorwaarde dat alle activa, inclusief het vastgoed, en alle passiva, met uitzondering van de voorziening pensioenverplichting, tegen marktwaarde zijn gewaardeerd.
3. De verdeling van de activa en de passiva minus voorziening pensioenverplichting tussen de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland geschiedt evenredig aan de relatieve aandelen (afgerond op 5 cijfers na de komma) in de voorziening pensioenverplichtingen incl eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen op grond van. artikel 2. De aandelen van de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland in het totale van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds is gelijk aan de verhouding van de som van de premiereserves (=voorziening pensioenverplichtingen incl. eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen) op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum van de aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland toebedeelde deelgenoten en de totale premiereserves van alle deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum
4. De vereffeningcommissie genoemd in p aragraaf 3 van de Onderlinge Regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen, wordt onder verantwoordelijkheid van de landen belast met het doen opstellen van de gecontroleerde jaarrekening (inclusief balans) per transitiedatum.. Het land Curaçao dan wel de op grond van artikel 1 lid 2opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao verleent hiertoe alle medewerking.
5. De in het voorgaande lid bedoelde vereffeningscommissie brengt een advies uit aan de landen waarin in ieder geval in extenso gedetailleerd verslag wordt gedaan van de in het derde lid bedoelde berekeningen van de aandelen, de waardering van de verschillende activa en passiva, de gecontroleerde jaarrekening en het accountantsverslag.
6. De landen leggen vervolgens de verdeling definitief vast.
7. In de verdeling van het totaal van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen wordt het voorschot, bedoeld in artikel 11, verrekend
8. Indien naar het oordeel van een van de landen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de in het vijfde lid genoemde stukken, kan dat land vorderen dat ter verificatie een nader onderzoek wordt ingesteld door een door de gezamenlijke landen aan te wijzen accountant, niet zijnde de reguliere accountant bedoeld in het vierde lid. De kosten van een nader onderzoek als bedoeld in de eerste volzin worden ten laste van het te verdelen vermogen van de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds gebracht.
9. Verschillen van mening worden door de landen in goed overleg opgelost. Indien dit niet lukt, kan het geschil op verzoek van tenminste een van de landen worden voorgelegd aan de geschillencommissie zoals vermeld in paragraaf 4 van de Onderlinge Regeling inzake regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen.’
10. De definitieve vermogensbepaling en verdeling is uiterlijk op 31 december 2011 afgerond.
2. Voor de waardering van de activa en de passiva van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, vormt de waardevaststelling zoals opgenomen in de eindbalans van de jaarrekening per het tijdstip direct voorafgaand aan het tijdstip van transitie het uitgangspunt, met als voorwaarde dat alle activa, inclusief het vastgoed, en alle passiva, met uitzondering van de voorziening pensioenverplichting, tegen marktwaarde zijn gewaardeerd.
3. De verdeling van de activa en de passiva minus voorziening pensioenverplichting tussen de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland geschiedt evenredig aan de relatieve aandelen (afgerond op 5 cijfers na de komma) in de voorziening pensioenverplichtingen incl eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen op grond van. artikel 2. De aandelen van de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland in het totale van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds is gelijk aan de verhouding van de som van de premiereserves (=voorziening pensioenverplichtingen incl. eventuele excassoreserves, schadereserves, solvabiliteitsmarges en andere relevante voorzieningen) op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum van de aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland toebedeelde deelgenoten en de totale premiereserves van alle deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds op het moment direct voorafgaande aan de transitiedatum
4. De vereffeningcommissie genoemd in p aragraaf 3 van de Onderlinge Regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen, wordt onder verantwoordelijkheid van de landen belast met het doen opstellen van de gecontroleerde jaarrekening (inclusief balans) per transitiedatum.. Het land Curaçao dan wel de op grond van artikel 1 lid 2opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao verleent hiertoe alle medewerking.
5. De in het voorgaande lid bedoelde vereffeningscommissie brengt een advies uit aan de landen waarin in ieder geval in extenso gedetailleerd verslag wordt gedaan van de in het derde lid bedoelde berekeningen van de aandelen, de waardering van de verschillende activa en passiva, de gecontroleerde jaarrekening en het accountantsverslag.
6. De landen leggen vervolgens de verdeling definitief vast.
7. In de verdeling van het totaal van activa en passiva minus voorziening pensioenverplichting van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen wordt het voorschot, bedoeld in artikel 11, verrekend
8. Indien naar het oordeel van een van de landen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de in het vijfde lid genoemde stukken, kan dat land vorderen dat ter verificatie een nader onderzoek wordt ingesteld door een door de gezamenlijke landen aan te wijzen accountant, niet zijnde de reguliere accountant bedoeld in het vierde lid. De kosten van een nader onderzoek als bedoeld in de eerste volzin worden ten laste van het te verdelen vermogen van de Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds gebracht.
9. Verschillen van mening worden door de landen in goed overleg opgelost. Indien dit niet lukt, kan het geschil op verzoek van tenminste een van de landen worden voorgelegd aan de geschillencommissie zoals vermeld in paragraaf 4 van de Onderlinge Regeling inzake regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen.’
10. De definitieve vermogensbepaling en verdeling is uiterlijk op 31 december 2011 afgerond.