BWBR0028898
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 4
Uitvoeringsregeling Besluit vervoer ontplofbare stoffen krijgsmacht 2011
1. De afscheiding tussen bestuurderscabine en laadruimte moet zijn vervaardigd uit zodanig materiaal dat voortschrijding van een brand niet meer kan bedragen dan 100 mm per minuut.
2. In geval van een losstaande ruimte voor de bestuurder moet de constructie van deze ruimte zijn vervaardigd uit materiaal waardoor voortschrijding van een brand niet meer kan bedragen dan 100 mm per minuut. De constructie van de buitenzijde van de ruimte met de te transporteren lading moet zijn vervaardigd uit materiaal waardoor voortschrijding van een brand niet meer kan bedragen dan 100 mm per minuut.
3. De constructie van een met een voorwand uitgeruste opbouw waarin zich te transporteren ontplofbare stoffen bevinden, dient dusdanig te zijn dat de voorwand geen onderbrekingen vertoont. Als onderbreking wordt niet beschouwd:
a. een opening ten behoeve van doorvoer van kabels;
b. een opening om de opbouw te kunnen sluiten of te openen;
c. technische voorzieningen voor het vastzetten van lading; of
d. een geplaatst venster. In geval van een geplaatst venster dient dit hermetisch te zijn gesloten en te zijn vervaardigd van vuurbestendig veiligheidsglas en een vuurbestendig raamwerk.
4. De constructie van het vloeroppervlak van een logistiek voertuig moet zodanig stevig zijn dat de lading veilig kan worden vervoerd en wordt beschermd tegen (weers)invloeden van buitenaf.
Het vloeroppervlak mag geen onderbrekingen vertonen. Als onderbreking wordt niet beschouwd een opening ten behoeve van doorvoer van kabels of technische voorzieningen voor het vastzetten van lading.
5. Bij een met munitie beladen logistiek voertuig waarvan de carrosserie een afsluitbare laadruimte omvat, moet tijdens het transport de laadruimte worden afgesloten om vrije toegang tot de lading te voorkomen.
6. Indien een logistiek voertuig ter bescherming van de lading met één of meerdere dekzeilen is uitgerust, dient tijdens het vervoer het dekzeil:
a. de gehele lading af te dekken;
b. bestand te zijn tegen scheuren;
c. te zijn vervaardigd van waterdicht materiaal;
d. te voldoen aan de in het achtste lid van dit artikel gestelde eisen inzake niet-brandbaarheid;
e. de gehele lading beschermen tegen (weers)invloeden van buitenaf en
f. deugdelijk te zijn vastgezet.
7. De brandbaarheid van een dekzeil uitgedrukt in mm per minuut dient door de verwervende instantie éénmalig te worden vastgesteld op basis van het gevoerde artikelnummer van het dekzeil en door deze instanties schriftelijk te worden vastgelegd.
8. Bij een met een dekzeil uitgerust logistiek voertuig, ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven, dient het dekzeil inzake brandbaarheid te voldoen aan ISO-norm 3795, waarbij de voortschrijding van een brand een waarde van 100 mm per minuut niet te boven gaat.
9. De motor van een logistiek voertuig dient vóór de voorwand van de laadruimte of onder het laadvlak te zijn geplaatst, waarbij gevaar voor de lading door verwarming van het binnenoppervlak van het laadvlak boven 80 graden Celsius of ontsteking van de lading is uitgesloten.
10. Het brandstofreservoir moet voldoen aan het gestelde in randnummer 9.2.4.3a van het ADR.
11. De nominale spanning van de elektrische verlichting mag niet meer bedragen dan 24 volt.
12. De accu’s moeten op geschikte wijze zijn geplaatst en beschermd tegen schade als gevolg van een botsing en de polen moeten zijn beschermd door een elektrisch isolerend deksel.
13. De constructie van het logistiek voertuig moet zodanig zijn dat bij haar inzet, inbegrepen het gebruik van haar bewapening, de temperatuur van het laadoppervlak danwel een wand nooit hoger wordt dan 80 graden C.
14. Een logistiek voertuig ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven en waarvan de maximale massa meer dan 10 ton bedraagt, dient te zijn voorzien van een antiblokkeer-remsysteem. Een logistiek voertuig ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven en waarvan de maximale massa meer dan 3,5 ton bedraagt, dient te zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer.
15. Een aanhangwagen met een totaal maximum massa van meer dan 750 kg of een oplegger moet zijn voorzien van een reminrichting die op alle wielen werkt en die in werking treedt zodra de bedrijfsrem van het trekkend voertuig in werking wordt gesteld. De constructie dient zodanig te zijn dat de reminrichting de aanhangwagen tot stilstand brengt indien de koppeling tussen het trekkend voertuig en de aanhangwagen breekt.
16. Een aanhangwagen met een totaal maximum massa minder dan of gelijk aan 750 kg moet zijn voorzien van een extra verbinding met het trekkende voertuig zodat in geval van het breken van de koppeling tijdens het rijden de aanhangwagen niet losraakt van het trekkend voertuig.
2. In geval van een losstaande ruimte voor de bestuurder moet de constructie van deze ruimte zijn vervaardigd uit materiaal waardoor voortschrijding van een brand niet meer kan bedragen dan 100 mm per minuut. De constructie van de buitenzijde van de ruimte met de te transporteren lading moet zijn vervaardigd uit materiaal waardoor voortschrijding van een brand niet meer kan bedragen dan 100 mm per minuut.
3. De constructie van een met een voorwand uitgeruste opbouw waarin zich te transporteren ontplofbare stoffen bevinden, dient dusdanig te zijn dat de voorwand geen onderbrekingen vertoont. Als onderbreking wordt niet beschouwd:
a. een opening ten behoeve van doorvoer van kabels;
b. een opening om de opbouw te kunnen sluiten of te openen;
c. technische voorzieningen voor het vastzetten van lading; of
d. een geplaatst venster. In geval van een geplaatst venster dient dit hermetisch te zijn gesloten en te zijn vervaardigd van vuurbestendig veiligheidsglas en een vuurbestendig raamwerk.
4. De constructie van het vloeroppervlak van een logistiek voertuig moet zodanig stevig zijn dat de lading veilig kan worden vervoerd en wordt beschermd tegen (weers)invloeden van buitenaf.
Het vloeroppervlak mag geen onderbrekingen vertonen. Als onderbreking wordt niet beschouwd een opening ten behoeve van doorvoer van kabels of technische voorzieningen voor het vastzetten van lading.
5. Bij een met munitie beladen logistiek voertuig waarvan de carrosserie een afsluitbare laadruimte omvat, moet tijdens het transport de laadruimte worden afgesloten om vrije toegang tot de lading te voorkomen.
6. Indien een logistiek voertuig ter bescherming van de lading met één of meerdere dekzeilen is uitgerust, dient tijdens het vervoer het dekzeil:
a. de gehele lading af te dekken;
b. bestand te zijn tegen scheuren;
c. te zijn vervaardigd van waterdicht materiaal;
d. te voldoen aan de in het achtste lid van dit artikel gestelde eisen inzake niet-brandbaarheid;
e. de gehele lading beschermen tegen (weers)invloeden van buitenaf en
f. deugdelijk te zijn vastgezet.
7. De brandbaarheid van een dekzeil uitgedrukt in mm per minuut dient door de verwervende instantie éénmalig te worden vastgesteld op basis van het gevoerde artikelnummer van het dekzeil en door deze instanties schriftelijk te worden vastgelegd.
8. Bij een met een dekzeil uitgerust logistiek voertuig, ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven, dient het dekzeil inzake brandbaarheid te voldoen aan ISO-norm 3795, waarbij de voortschrijding van een brand een waarde van 100 mm per minuut niet te boven gaat.
9. De motor van een logistiek voertuig dient vóór de voorwand van de laadruimte of onder het laadvlak te zijn geplaatst, waarbij gevaar voor de lading door verwarming van het binnenoppervlak van het laadvlak boven 80 graden Celsius of ontsteking van de lading is uitgesloten.
10. Het brandstofreservoir moet voldoen aan het gestelde in randnummer 9.2.4.3a van het ADR.
11. De nominale spanning van de elektrische verlichting mag niet meer bedragen dan 24 volt.
12. De accu’s moeten op geschikte wijze zijn geplaatst en beschermd tegen schade als gevolg van een botsing en de polen moeten zijn beschermd door een elektrisch isolerend deksel.
13. De constructie van het logistiek voertuig moet zodanig zijn dat bij haar inzet, inbegrepen het gebruik van haar bewapening, de temperatuur van het laadoppervlak danwel een wand nooit hoger wordt dan 80 graden C.
14. Een logistiek voertuig ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven en waarvan de maximale massa meer dan 10 ton bedraagt, dient te zijn voorzien van een antiblokkeer-remsysteem. Een logistiek voertuig ten aanzien waarvan na 31 december 2015 voor de eerste maal een militair registratiebewijs wordt afgegeven en waarvan de maximale massa meer dan 3,5 ton bedraagt, dient te zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer.
15. Een aanhangwagen met een totaal maximum massa van meer dan 750 kg of een oplegger moet zijn voorzien van een reminrichting die op alle wielen werkt en die in werking treedt zodra de bedrijfsrem van het trekkend voertuig in werking wordt gesteld. De constructie dient zodanig te zijn dat de reminrichting de aanhangwagen tot stilstand brengt indien de koppeling tussen het trekkend voertuig en de aanhangwagen breekt.
16. Een aanhangwagen met een totaal maximum massa minder dan of gelijk aan 750 kg moet zijn voorzien van een extra verbinding met het trekkende voertuig zodat in geval van het breken van de koppeling tijdens het rijden de aanhangwagen niet losraakt van het trekkend voertuig.