BWBR0028681
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 315 Sv
Wetboek van Strafvordering BES — artikel 315
1. Na de aanvang van het onderzoek vraagt de voorzitter de verdachte, of, zo er meer verdachten zijn, ieder van hen in de volgorde waarin zij zijn gedagvaard, naar naam en voornamen, leeftijd, geboorteplaats, beroep en woon- of verblijfplaats.
2. Hij vermaant hem oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen.
3. Daarna doet hij de verdachte, mededeling van diens recht om zich te onthouden van antwoorden en, indien de verdachte geen raadsman heeft, van diens recht om zich door een raadsman te doen bijstaan.
2. Hij vermaant hem oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen.
3. Daarna doet hij de verdachte, mededeling van diens recht om zich te onthouden van antwoorden en, indien de verdachte geen raadsman heeft, van diens recht om zich door een raadsman te doen bijstaan.
- Citeren als
- Art. 315 Sv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028681
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl