BWBR0028316
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 48
Besluit Pensioenwet BES
1. Een pensioenfonds legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed schriftelijk vast.
2. In de overeenkomst wordt in ieder geval het volgende geregeld:
a. welke werkzaamheden worden uitbesteed onder verwijzing, indien mogelijk, naar de administratieve organisatiebeschrijving van het pensioenfonds, alsmede de voorwaarden waaronder de uitbesteding plaatsvindt;
b. de informatie-uitwisseling tussen het pensioenfonds en de derde;
c. de verplichting voor de derde om informatie waar de Bank ter uitvoering van zijn wettelijke taak om vraagt rechtstreeks aan de Bank ter beschikking te stellen;
d. de mogelijkheid voor het pensioenfonds om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt;
e. de verplichting voor de derde om het pensioenfonds in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens de wet bepaalde;
f. de mogelijkheid voor de Bank om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; en
g. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat het pensioenfonds de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren.
2. In de overeenkomst wordt in ieder geval het volgende geregeld:
a. welke werkzaamheden worden uitbesteed onder verwijzing, indien mogelijk, naar de administratieve organisatiebeschrijving van het pensioenfonds, alsmede de voorwaarden waaronder de uitbesteding plaatsvindt;
b. de informatie-uitwisseling tussen het pensioenfonds en de derde;
c. de verplichting voor de derde om informatie waar de Bank ter uitvoering van zijn wettelijke taak om vraagt rechtstreeks aan de Bank ter beschikking te stellen;
d. de mogelijkheid voor het pensioenfonds om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt;
e. de verplichting voor de derde om het pensioenfonds in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens de wet bepaalde;
f. de mogelijkheid voor de Bank om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; en
g. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat het pensioenfonds de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren.
- Citeren als
- Art. 48
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028316
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl