BWBR0028316
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3
Besluit Pensioenwet BES
1. Voor het voldoen aan de vereiste deskundigheid is er in de kring van personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen ten minste een zodanig niveau van kennis en ervaring aanwezig dat het pensioenfonds, mede gelet op artikel 5a, tweede lid, van de wet, behoorlijk wordt bestuurd.
2. Ten minste twee personen in de kring van personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen dienen meerjarige ervaring te hebben in het besturen van een organisatie.
3. De in het eerste lid bedoelde deskundigheid heeft betrekking op:
a. het besturen van een organisatie;
b. relevante wet- en regelgeving;
c. pensioenregelingen en pensioensoorten;
d. financieel technische en actuariële aspecten, waaronder financiering, beleggingen, actuariële principes en herverzekering;
e. administratieve organisatie en interne controle; en
f. communicatie.
4. Het pensioenfonds geeft op verzoek van de Bank aan:
a. hoe het beleid van het pensioenfonds ter bevordering en handhaving van het vereiste deskundigheidsniveau luidt;
b. welke personen belast zijn met welke beleidsbepalende taken;
c. welke personen over welke deskundigheid beschikken; en
d. hoe en binnen welke termijn bepaalde tekortkomingen in de vereiste deskundigheid opgeheven zullen worden.
2. Ten minste twee personen in de kring van personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen dienen meerjarige ervaring te hebben in het besturen van een organisatie.
3. De in het eerste lid bedoelde deskundigheid heeft betrekking op:
a. het besturen van een organisatie;
b. relevante wet- en regelgeving;
c. pensioenregelingen en pensioensoorten;
d. financieel technische en actuariële aspecten, waaronder financiering, beleggingen, actuariële principes en herverzekering;
e. administratieve organisatie en interne controle; en
f. communicatie.
4. Het pensioenfonds geeft op verzoek van de Bank aan:
a. hoe het beleid van het pensioenfonds ter bevordering en handhaving van het vereiste deskundigheidsniveau luidt;
b. welke personen belast zijn met welke beleidsbepalende taken;
c. welke personen over welke deskundigheid beschikken; en
d. hoe en binnen welke termijn bepaalde tekortkomingen in de vereiste deskundigheid opgeheven zullen worden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028316
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl