BWBR0028229
Geldig vanaf 2010-09-14
Artikel 5
Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht
1. De prioriteitstelling bij een samenloop van aanvragen voor vluchten met het regeringsvliegtuig geschiedt met inachtneming van deze volgorde:
a. de Koning en echtgenoot of echtgenote;
b. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;
c. prinses Beatrix, waar doelmatigheid, veiligheid of privacy dit met zich brengen;
d. andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen;
e. de vermoedelijke opvolger van de Koning wanneer de vlucht onderdeel is van een reis uit oriënterend oogpunt in het licht van zijn toekomstige functie;
f. leden van het koninklijk huis, behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;
g. overige vluchten.
2. Dit artikel is, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel g, van overeenkomstige toepassing op het gebruik van luchtvaartuigen van de krijgsmacht in het kader van dit besluit.
a. de Koning en echtgenoot of echtgenote;
b. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;
c. prinses Beatrix, waar doelmatigheid, veiligheid of privacy dit met zich brengen;
d. andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen;
e. de vermoedelijke opvolger van de Koning wanneer de vlucht onderdeel is van een reis uit oriënterend oogpunt in het licht van zijn toekomstige functie;
f. leden van het koninklijk huis, behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;
g. overige vluchten.
2. Dit artikel is, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel g, van overeenkomstige toepassing op het gebruik van luchtvaartuigen van de krijgsmacht in het kader van dit besluit.