BWBR0028050
Geldig vanaf 18-08-2010
Artikel 4
Beleidsregels aanwijzing kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag 2010−2015 (artikel 2.42 Mediawet)
1. Ten behoeve van de aanwijzing voor de verzorging van media-aanbod krachtens artikel 2.42, eerste lid, van de Mediawet worden de zeven hoofdstromingen als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze Beleidsregels ingedeeld in drie grootteklassen A, B en C:
− A, bij de hoofdstroming van twee miljoen of meer personen;
− B, bij de hoofdstroming tussen 500.000 en twee miljoen personen;
− C, bij de hoofdstroming van minder dan 500.000 personen.
2. De in artikel 1, lid 2, van deze regeling bedoelde hoeveelheid uren, die door de Minister jaarlijks wordt vastgesteld, wordt voor een-kwart verdeeld volgens een vaste-voet-systeem (voor elke hoofdstroming een gelijk aantal uren zendtijd) en voor driekwart in de proportie van de grootteklasse waartoe de hoofdstroming behoort. De aan elk der hoofdstromingen toe te wijzen proportionele hoeveelheid uren staat in de verhouding A:B:C = 20:13:3.
− A, bij de hoofdstroming van twee miljoen of meer personen;
− B, bij de hoofdstroming tussen 500.000 en twee miljoen personen;
− C, bij de hoofdstroming van minder dan 500.000 personen.
2. De in artikel 1, lid 2, van deze regeling bedoelde hoeveelheid uren, die door de Minister jaarlijks wordt vastgesteld, wordt voor een-kwart verdeeld volgens een vaste-voet-systeem (voor elke hoofdstroming een gelijk aantal uren zendtijd) en voor driekwart in de proportie van de grootteklasse waartoe de hoofdstroming behoort. De aan elk der hoofdstromingen toe te wijzen proportionele hoeveelheid uren staat in de verhouding A:B:C = 20:13:3.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028050
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl