BWBR0027876
Geldig vanaf 2010-07-09
Artikel 3
Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie 2009 (overige dienstonderdelen)
1). Beheermandaat
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van het dienstonderdeel betreffen, met uitzondering van de besluiten en handelingen die op grond van artikel 4, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en c, zijn uitgesloten van het mandaat.
2). Budgetverantwoordelijkheid
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, voor zover deze de besteding en de uitputting van het budget van het dienstonderdeel aangaan, een en ander met inachtneming van het aan hen op grond van het vastgestelde jaarplan toegekende budget en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3). Het College behoudt zich het recht voor om bij een nader aanvullend besluit nadere aanwijzingen te geven ten aanzien van de administratieve organisatie van het budgetmandaat, de wijze waarop verplichtingen worden aangegaan, de wijze waarop betaalbaarstelling ten laste van het budget plaatsheeft en de wijze waarop bestedingen van het budget worden verantwoord.
4). Mandaat organisatie en formatie
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om passend binnen de hoofdlijnen van de organisatie en formatie, de budgettaire kaders zoals die in het jaarplan zijn vastgelegd, de organisatie en formatie vast te stellen van het dienstonderdeel met inachtneming van artikel 4, aanhef, onderdeel 1 en 3en het geldende functiehuis voor de sectoren rechterlijke macht en rijk.
5). Personeelsmandaat
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om:
a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover deze de rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren aangaan die werkzaam zijn bij zijn dienstonderdeel. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget met uitzondering van de besluiten als bedoeld in artikel 4, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en c.
b) Besluiten te nemen waarmee aan rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
6). Mandaat arbeidsomstandigheden
a) Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
7). Klachtenafhandeling
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om klachten als bedoeld in artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrechtaf te handelen, met uitzondering van klachten die gedragingen betreffen van het hoofd van dienst zelf.
8). Nationale Ombudsman
Het hoofd van dienst wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen en andere handelingen te verrichten, voortvloeiende uit aangelegenheden van de Nationale Ombudsman indien het gaat om:
a) het sturen van ontvangstbevestigingen;
b) het sturen van tussenberichten, waaronder uitstelberichten, of;
c) stukken naar aanleiding van pogingen van de nationale Ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies).
9). Wet openbaarheid van bestuur
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuurmet uitzondering van de besluiten die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van het dienstonderdeel betreffen, met uitzondering van de besluiten en handelingen die op grond van artikel 4, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en c, zijn uitgesloten van het mandaat.
2). Budgetverantwoordelijkheid
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, voor zover deze de besteding en de uitputting van het budget van het dienstonderdeel aangaan, een en ander met inachtneming van het aan hen op grond van het vastgestelde jaarplan toegekende budget en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3). Het College behoudt zich het recht voor om bij een nader aanvullend besluit nadere aanwijzingen te geven ten aanzien van de administratieve organisatie van het budgetmandaat, de wijze waarop verplichtingen worden aangegaan, de wijze waarop betaalbaarstelling ten laste van het budget plaatsheeft en de wijze waarop bestedingen van het budget worden verantwoord.
4). Mandaat organisatie en formatie
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om passend binnen de hoofdlijnen van de organisatie en formatie, de budgettaire kaders zoals die in het jaarplan zijn vastgelegd, de organisatie en formatie vast te stellen van het dienstonderdeel met inachtneming van artikel 4, aanhef, onderdeel 1 en 3en het geldende functiehuis voor de sectoren rechterlijke macht en rijk.
5). Personeelsmandaat
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om:
a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover deze de rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren aangaan die werkzaam zijn bij zijn dienstonderdeel. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget met uitzondering van de besluiten als bedoeld in artikel 4, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en c.
b) Besluiten te nemen waarmee aan rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
6). Mandaat arbeidsomstandigheden
a) Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
7). Klachtenafhandeling
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat verleend om klachten als bedoeld in artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrechtaf te handelen, met uitzondering van klachten die gedragingen betreffen van het hoofd van dienst zelf.
8). Nationale Ombudsman
Het hoofd van dienst wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen en andere handelingen te verrichten, voortvloeiende uit aangelegenheden van de Nationale Ombudsman indien het gaat om:
a) het sturen van ontvangstbevestigingen;
b) het sturen van tussenberichten, waaronder uitstelberichten, of;
c) stukken naar aanleiding van pogingen van de nationale Ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies).
9). Wet openbaarheid van bestuur
Aan het hoofd van dienst wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuurmet uitzondering van de besluiten die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.