Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
1) College: het College van procureurs-generaal;
2) Dienstonderdelen: de hierna genoemde onderdelen van het openbaar ministerie, te weten: a) het bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie;
b) het bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie;
c) de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
d) de Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie;
e) het Functioneel Parket;
f) het Landelijk Parket;
g) het Parket Generaal, en;
h) de Rijksrecherche.
a) het bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie;
b) het bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie;
c) de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
d) de Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie;
e) het Functioneel Parket;
f) het Landelijk Parket;
g) het Parket Generaal, en;
h) de Rijksrecherche.
3) Directeur bedrijfsvoering: de directeur bedrijfsvoering van de dienstonderdelen bedoeld in het tweede lid, aanhef, onderdelen c, d, e en f;
4) Machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, of een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
5) Mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
6) Minister: de minister van justitie;
7) Niet rechterlijk ambtenaar: de rijksambtenaren en de politieambtenaren;
8) Politieambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij de Rijksrecherche krachtens een aanstelling op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie;
9) Rechterlijke ambtenaar: de in de Wet op de rechterlijke organisatie als zodanig aangeduide ambtenaren;
10) Rijksambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij dienstonderdelen van het openbaar ministerie krachtens een aanstelling op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement;
11) Volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die betrekking hebben op het openbaar ministerie.
1) College: het College van procureurs-generaal;
2) Dienstonderdelen: de hierna genoemde onderdelen van het openbaar ministerie, te weten: a) het bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie;
b) het bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie;
c) de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
d) de Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie;
e) het Functioneel Parket;
f) het Landelijk Parket;
g) het Parket Generaal, en;
h) de Rijksrecherche.
a) het bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie;
b) het bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie;
c) de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
d) de Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie;
e) het Functioneel Parket;
f) het Landelijk Parket;
g) het Parket Generaal, en;
h) de Rijksrecherche.
3) Directeur bedrijfsvoering: de directeur bedrijfsvoering van de dienstonderdelen bedoeld in het tweede lid, aanhef, onderdelen c, d, e en f;
4) Machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, of een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
5) Mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
6) Minister: de minister van justitie;
7) Niet rechterlijk ambtenaar: de rijksambtenaren en de politieambtenaren;
8) Politieambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij de Rijksrecherche krachtens een aanstelling op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie;
9) Rechterlijke ambtenaar: de in de Wet op de rechterlijke organisatie als zodanig aangeduide ambtenaren;
10) Rijksambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij dienstonderdelen van het openbaar ministerie krachtens een aanstelling op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement;
11) Volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die betrekking hebben op het openbaar ministerie.