BWBR0027775
Geldig vanaf 2010-06-22
Artikel 8
Regeling digitale vervanging personeelsdossiers Ministerie van Justitie 2010
1. Van de bevoegdheid de vervangen bescheiden te vernietigen wordt door de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren geen gebruik gemaakt:
a. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder c van het Archiefbesluit 1995 de waarde van het archiefstuk geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de uitwendige vorm, of het archiefstuk als bestanddeel van het culturele erfgoed een symbolische waarde of historische belevingswaarde heeft, of kan gaan vertegenwoordigen;
b. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder c van het Archiefbesluit 1995, mede gelet op de selectielijst, sprake is van bijzondere dossiers met inachtneming van de daarin opgenomen criteria als bedoeld in artikel 5, onder e van het Archiefbesluit 1995;
c. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder d van het Archiefbesluit 1995, krachtens verdragen, of op grond van wettelijke bepalingen, de archiefstukken in hun oorspronkelijke vorm moeten worden bewaard.
2. Van de bevoegdheid de vervangen bescheiden te vernietigen wordt gedurende en tot twee jaar na afloop van procedures geen gebruik gemaakt waar het archiefstukken betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van het Archiefbesluit 1995en waar recht- en bewijszoekenden gebruik van kunnen of moeten maken.
3. Van de bevoegdheid de vervangen bescheiden te vernietigen wordt gedurende maximaal twee jaar geen gebruik gemaakt, waar het archiefstukken betreft waarvan de authenticiteit of integriteit na digitale vervanging niet meer is vast te stellen.
4. De vernietiging van de overige archiefbescheiden en de archiefbescheiden als bedoeld in het 3 elid van dit artikel vindt telkens plaats nadat de interne controle van de betreffende organisatie zich heeft uitgesproken dat de tot op dat moment vervangen archiefbescheiden door steekproeven zijn gecontroleerd en dat de vervanging conform deze regeling heeft plaatsgevonden.
a. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder c van het Archiefbesluit 1995 de waarde van het archiefstuk geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de uitwendige vorm, of het archiefstuk als bestanddeel van het culturele erfgoed een symbolische waarde of historische belevingswaarde heeft, of kan gaan vertegenwoordigen;
b. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder c van het Archiefbesluit 1995, mede gelet op de selectielijst, sprake is van bijzondere dossiers met inachtneming van de daarin opgenomen criteria als bedoeld in artikel 5, onder e van het Archiefbesluit 1995;
c. voor zover naar artikel 2, eerste lid, onder d van het Archiefbesluit 1995, krachtens verdragen, of op grond van wettelijke bepalingen, de archiefstukken in hun oorspronkelijke vorm moeten worden bewaard.
2. Van de bevoegdheid de vervangen bescheiden te vernietigen wordt gedurende en tot twee jaar na afloop van procedures geen gebruik gemaakt waar het archiefstukken betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van het Archiefbesluit 1995en waar recht- en bewijszoekenden gebruik van kunnen of moeten maken.
3. Van de bevoegdheid de vervangen bescheiden te vernietigen wordt gedurende maximaal twee jaar geen gebruik gemaakt, waar het archiefstukken betreft waarvan de authenticiteit of integriteit na digitale vervanging niet meer is vast te stellen.
4. De vernietiging van de overige archiefbescheiden en de archiefbescheiden als bedoeld in het 3 elid van dit artikel vindt telkens plaats nadat de interne controle van de betreffende organisatie zich heeft uitgesproken dat de tot op dat moment vervangen archiefbescheiden door steekproeven zijn gecontroleerd en dat de vervanging conform deze regeling heeft plaatsgevonden.