BWBR0027775
Geldig vanaf 2010-06-22
Artikel 5
Regeling digitale vervanging personeelsdossiers Ministerie van Justitie 2010
1. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, genoemde ambtenaren ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens vastgesteld en schriftelijk vastgelegd:
a. de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. dat een opdracht is verleend en de geheimhouding is geregeld overeenkomstig artikel 12 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
c. dat passende technische en organisatorische maatregelen zijn genomen overeenkomstig artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
2. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, genoemde ambtenaren ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens door een bewerker in de zin van de Wet bescheming persooonsgegevens vastgesteld en schriftelijk vastgelegd:
a. dat de bewerker, alsmede een ieder die handelt onder het gezag van de bewerker, handelt overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. dat de verwerking van persoonsgegevens die worden bestreken door het vervangingsbesluit uitsluitend plaatsvindt op grond van een bewerkersovereenkomst tussen de Minister van Justitie in diens hoedanigheid van verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens en de bewerker;
c. dat terzake overigens gehandeld is in overeenstemming met artikel 14, vijfde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
3. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, genoemde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd:
a. op welke wijze naar artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens gehandeld wordt;
b. dat naar artikel 2a van de Archiefwet 1995 gehandeld wordt.
4. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd dat een melding conform artikel 27, eerste lid van de Wet bescherming persoonsgegevensheeft plaatsgevonden.
5. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan:
a. verzoeken van betrokkenen om inzage op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. verzoeken van betrokkenen om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming op grond van artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
c. de behandeling van bezwaarschriften, beroepschriften en verzoekschriften als bedoeld in de artikelen 45 tot en met 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
a. de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. dat een opdracht is verleend en de geheimhouding is geregeld overeenkomstig artikel 12 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
c. dat passende technische en organisatorische maatregelen zijn genomen overeenkomstig artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
2. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, genoemde ambtenaren ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens door een bewerker in de zin van de Wet bescheming persooonsgegevens vastgesteld en schriftelijk vastgelegd:
a. dat de bewerker, alsmede een ieder die handelt onder het gezag van de bewerker, handelt overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. dat de verwerking van persoonsgegevens die worden bestreken door het vervangingsbesluit uitsluitend plaatsvindt op grond van een bewerkersovereenkomst tussen de Minister van Justitie in diens hoedanigheid van verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens en de bewerker;
c. dat terzake overigens gehandeld is in overeenstemming met artikel 14, vijfde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
3. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, genoemde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd:
a. op welke wijze naar artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens gehandeld wordt;
b. dat naar artikel 2a van de Archiefwet 1995 gehandeld wordt.
4. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd dat een melding conform artikel 27, eerste lid van de Wet bescherming persoonsgegevensheeft plaatsgevonden.
5. Alvorens een vervangingsbesluit te nemen, wordt door de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren vastgesteld en schriftelijk vastgelegd op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan:
a. verzoeken van betrokkenen om inzage op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. verzoeken van betrokkenen om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming op grond van artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
c. de behandeling van bezwaarschriften, beroepschriften en verzoekschriften als bedoeld in de artikelen 45 tot en met 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens.