BWBR0027439
Geldig vanaf 2010-03-30
Artikel 8
Regeling groenprojecten 2010
1. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, de verklaring intrekken indien:
a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
b. blijkt dat de uitvoering van het project in aanzienlijke mate afwijkt van het project op grond waarvan de verklaring is afgegeven;
c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
d. niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in de verklaring zijn opgenomen;
e. de melding, bedoeld in artikel 9, niet onverwijld is geschied;
f. bij projecten als bedoeld in artikel 2, onder h, onder 3°, de werkzaamheden niet zijn beëindigd binnen twee jaar na de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend.
2. Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
3. Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager.
4. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en aan de inspecteur van de Belastingdienst.
a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
b. blijkt dat de uitvoering van het project in aanzienlijke mate afwijkt van het project op grond waarvan de verklaring is afgegeven;
c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
d. niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in de verklaring zijn opgenomen;
e. de melding, bedoeld in artikel 9, niet onverwijld is geschied;
f. bij projecten als bedoeld in artikel 2, onder h, onder 3°, de werkzaamheden niet zijn beëindigd binnen twee jaar na de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend.
2. Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
3. Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager.
4. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en aan de inspecteur van de Belastingdienst.