BWBR0027413
Geldig vanaf 2010-03-26
Artikel 5.7
Mandaatbesluit BZK 2009
1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar;
c. het verlenen van een gratificatie bij ambtsjubileum;
d. het opleggen van een disciplinaire straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het verlenen van ontslag aan een ambtenaar;
g. het aanwijzen van een ambtenaar als herplaatsingskandidaat;
h. het aanwijzen van een groep functies als bedoeld in het Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008-2012;
i. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
j. het besluiten tot een reorganisatie;
k. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;
l. het vaststellen van de formatie van onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen;
m. het beslissen op bezwaarschriften;
n. de onderwerpen genoemd in artikel 4.9.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, gelden niet voor het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een baten-lastendienst of agentschap, aan de Projectdirectie Nieuwbouw Justitie & BZK en het gemeenschappelijk secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen.
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar;
c. het verlenen van een gratificatie bij ambtsjubileum;
d. het opleggen van een disciplinaire straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het verlenen van ontslag aan een ambtenaar;
g. het aanwijzen van een ambtenaar als herplaatsingskandidaat;
h. het aanwijzen van een groep functies als bedoeld in het Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008-2012;
i. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
j. het besluiten tot een reorganisatie;
k. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;
l. het vaststellen van de formatie van onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen;
m. het beslissen op bezwaarschriften;
n. de onderwerpen genoemd in artikel 4.9.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, gelden niet voor het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een baten-lastendienst of agentschap, aan de Projectdirectie Nieuwbouw Justitie & BZK en het gemeenschappelijk secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen.