BWBR0027413
Geldig vanaf 2010-03-26
Artikel 3.2
Mandaatbesluit BZK 2009
Onverminderd dit besluit heeft het mandaat van de Secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het werkterrein van de functionarissen en organisatieonderdelen van het Ministerie, met uitzondering van de taken, genoemd in paragraaf 3.7 van het Organisatiebesluit BZK 2009;
b. het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het Ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
c. het vaststellen van de formatie van het Ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de Secretaris-generaal ressorterende functionarissen, voor zover ten aanzien van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst niet anders is bepaald;
e. het nader vaststellen van de inrichting van de onder de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen op grond van het Organisatiebesluit BZK 2009;
f. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
g. het beslissen op bezwaarschriften, anders dan bedoeld in artikel 4.8;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur;
i. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot klachtrecht, waarover door een commissie wordt gerapporteerd of geadviseerd;
j. het optreden als bestuurder in de zin van voornoemde wet in het overleg met de Groepsondernemingsraad van het Ministerie. De minister is in WOR expliciet uitgesloten als bestuurder;
k. het vertegenwoordigen van de Minister in het departementaal overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
l. personele beheersbeslissingen op grond van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998 ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en Aruba;
m. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het Ministerie op grond van de geldende regelgeving;
n. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het Ministerie is betrokken;
o. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;
p. het beslissen op bezwaarschriften tegen de door het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst genomen besluiten met betrekking tot aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
a. het werkterrein van de functionarissen en organisatieonderdelen van het Ministerie, met uitzondering van de taken, genoemd in paragraaf 3.7 van het Organisatiebesluit BZK 2009;
b. het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het Ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
c. het vaststellen van de formatie van het Ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de Secretaris-generaal ressorterende functionarissen, voor zover ten aanzien van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst niet anders is bepaald;
e. het nader vaststellen van de inrichting van de onder de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen op grond van het Organisatiebesluit BZK 2009;
f. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
g. het beslissen op bezwaarschriften, anders dan bedoeld in artikel 4.8;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur;
i. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot klachtrecht, waarover door een commissie wordt gerapporteerd of geadviseerd;
j. het optreden als bestuurder in de zin van voornoemde wet in het overleg met de Groepsondernemingsraad van het Ministerie. De minister is in WOR expliciet uitgesloten als bestuurder;
k. het vertegenwoordigen van de Minister in het departementaal overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
l. personele beheersbeslissingen op grond van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998 ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en Aruba;
m. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het Ministerie op grond van de geldende regelgeving;
n. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het Ministerie is betrokken;
o. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;
p. het beslissen op bezwaarschriften tegen de door het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst genomen besluiten met betrekking tot aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.