BWBR0027301
Geldig vanaf 2010-02-27
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Publiek en Communicatie 2009
1. De aan de directeur krachtens artikel 7en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009verleende bevoegdheden worden verleend aan de plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie en aan de manager Bedrijfsvoering.
2. De plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur zijn toevertrouwd.
3. De manager Bedrijfsvoering maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij gelijktijdige afwezigheid van de directeur en van de plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie.
2. De plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur zijn toevertrouwd.
3. De manager Bedrijfsvoering maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij gelijktijdige afwezigheid van de directeur en van de plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie.