BWBR0027070
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 15
Regeling geluidniveaus aan boord van vissersvaartuigen
1. Tijdens het meten is de toestand van de omgeving zodanig dat:
a. de meteorologische omstandigheden, zoals wind en regen, alsmede de gesteldheid van de zee, geen invloed hebben op de metingen;
b. geluid afkomstig van buiten het vissersvaartuig gelegen geluidbronnen, op de meetplaatsen geen invloed heeft op het geluidniveau-A aan boord van het vissersvaartuig. Met betrekking tot constant achtergrondlawaai mogen de afgelezen waarden worden gecorrigeerd volgens het principe van het sommeren van geluidintensiteiten.
2. De waterdiepte onder de kiel van het vissersvaartuig en de aanwezigheid van grote reflecterende oppervlakken in de nabijheid van het vissersvaartuig, worden vermeld in het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 11.
a. de meteorologische omstandigheden, zoals wind en regen, alsmede de gesteldheid van de zee, geen invloed hebben op de metingen;
b. geluid afkomstig van buiten het vissersvaartuig gelegen geluidbronnen, op de meetplaatsen geen invloed heeft op het geluidniveau-A aan boord van het vissersvaartuig. Met betrekking tot constant achtergrondlawaai mogen de afgelezen waarden worden gecorrigeerd volgens het principe van het sommeren van geluidintensiteiten.
2. De waterdiepte onder de kiel van het vissersvaartuig en de aanwezigheid van grote reflecterende oppervlakken in de nabijheid van het vissersvaartuig, worden vermeld in het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 11.