BWBR0027070
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 10
Regeling geluidniveaus aan boord van vissersvaartuigen
1. De vaststelling of aan de voor een werkruimte voorgeschreven grenswaarde is voldaan, geschiedt door meting van het constante, het fluctuerende, of het equivalente continue geluidniveau-A in deze ruimte. In de gevallen waarin het equivalente continue geluidniveau-A wordt gebruikt, zijn alle in de artikelen 13 tot en met 19vereiste meetplaatsen daarin begrepen.
2. Indien in ruimten voor machines, genoemd in artikel 2, de werking van een installatie of werktuig of een onderdeel van een werktuig leidt tot de afgifte van een waarneembaar hinderlijk geluid van hoge frequentie en het geluidniveau-A van 105 dB(A) wordt overschreden, wordt de ISONR- waarde bepaald. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaalt de toelaatbaarheid van een ISO-NRwaarde tussen 105 en 110.
3. In ruimten voor accommodatie waarin de dB(A)-grenswaarden worden overschreden en waarin een waarneembaar hinderlijk geluid van lage frequentie aanwezig is of duidelijk waarneembare tonen aanwezig zijn, wordt de ISO-NR-waarde bepaald. De ISO-NR-waarde bedraagt niet meer dan de voorgeschreven waarde volgens de A-schaal, verminderd met 5.
2. Indien in ruimten voor machines, genoemd in artikel 2, de werking van een installatie of werktuig of een onderdeel van een werktuig leidt tot de afgifte van een waarneembaar hinderlijk geluid van hoge frequentie en het geluidniveau-A van 105 dB(A) wordt overschreden, wordt de ISONR- waarde bepaald. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaalt de toelaatbaarheid van een ISO-NRwaarde tussen 105 en 110.
3. In ruimten voor accommodatie waarin de dB(A)-grenswaarden worden overschreden en waarin een waarneembaar hinderlijk geluid van lage frequentie aanwezig is of duidelijk waarneembare tonen aanwezig zijn, wordt de ISO-NR-waarde bepaald. De ISO-NR-waarde bedraagt niet meer dan de voorgeschreven waarde volgens de A-schaal, verminderd met 5.