BWBR0026966
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 8
Besluit registratie kinderopvang
1. Bij registratie in het register kinderopvang wordt de organisatie voor kinderopvang opgenomen met een uniek, door de beheerder van het register kinderopvang toegekend registratienummer. Het college verstrekt dit registratienummer aan de houder van een kindercentrum of gastouderbureau tegelijk met de beschikking, bedoeld in artikel 1.46, eerste lid, van de wet.
2. In het register kinderopvang neemt het college ten aanzien van elke organisatie voor kinderopvang de volgende gegevens op:
a. indien de organisatie voor kinderopvang toebehoort aan een onderneming die is ingeschreven in het handelsregister: het door de Kamer van Koophandel aan de onderneming en aan de betreffende vestiging toegekende unieke nummer, bedoeld in artikel 9 van de Handelsregisterwet en de naam en het post- en bezoekadres van de onderneming en van de vestiging;
b. indien de organisatie voor kinderopvang niet toebehoort aan een onderneming die is ingeschreven in het handelsregister: de naam alsmede het post- en bezoekadres van de organisatie voor kinderopvang;
c. over de houder, indien deze een natuurlijke persoon is: het burgerservicenummer en de naam en het adres;
d. over de houder, indien deze een rechtspersoon is: het door de Kamer van Koophandel aan de rechtspersoon en aan de betreffende vestiging toegekende unieke nummer, bedoeld in artikel 12 van de Handelsregisterwet of, bij het ontbreken daarvan, naam, rechtsvorm en statutaire zetel;
e. ingeval van een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang: een opgave van het aantal kindplaatsen, met dien verstande dat op het adres van een gastouder niet meer dan een enkele voorziening voor gastouderopvang kan worden opgenomen;
f. in geval van een kindercentrum: een opgave van het soort kinderopvang dat het kindercentrum verzorgt;
g. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
h. het tijdstip van registratie in het register kinderopvang;
i. de datum van wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 1.47 van de wet;
j. ingeval van uitschrijving uit het register kinderopvang, gedurende een periode van 7 jaren na het moment van uitschrijving: de naam van de organisatie voor kinderopvang, een vermelding van de uitschrijving, alsmede de datum waarop deze uitschrijving heeft plaatsgevonden; en
k. een verwijzing naar de elektronische vindplaatsen van de in artikel 1.62 van de wet bedoelde rapporten van de GGD alsmede de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten.
3. De organisatie voor kinderopvang wordt geregistreerd met ingang van de datum van een toekennende beschikking als bedoeld in artikel 1.46, eerste lid, van de wet.
2. In het register kinderopvang neemt het college ten aanzien van elke organisatie voor kinderopvang de volgende gegevens op:
a. indien de organisatie voor kinderopvang toebehoort aan een onderneming die is ingeschreven in het handelsregister: het door de Kamer van Koophandel aan de onderneming en aan de betreffende vestiging toegekende unieke nummer, bedoeld in artikel 9 van de Handelsregisterwet en de naam en het post- en bezoekadres van de onderneming en van de vestiging;
b. indien de organisatie voor kinderopvang niet toebehoort aan een onderneming die is ingeschreven in het handelsregister: de naam alsmede het post- en bezoekadres van de organisatie voor kinderopvang;
c. over de houder, indien deze een natuurlijke persoon is: het burgerservicenummer en de naam en het adres;
d. over de houder, indien deze een rechtspersoon is: het door de Kamer van Koophandel aan de rechtspersoon en aan de betreffende vestiging toegekende unieke nummer, bedoeld in artikel 12 van de Handelsregisterwet of, bij het ontbreken daarvan, naam, rechtsvorm en statutaire zetel;
e. ingeval van een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang: een opgave van het aantal kindplaatsen, met dien verstande dat op het adres van een gastouder niet meer dan een enkele voorziening voor gastouderopvang kan worden opgenomen;
f. in geval van een kindercentrum: een opgave van het soort kinderopvang dat het kindercentrum verzorgt;
g. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
h. het tijdstip van registratie in het register kinderopvang;
i. de datum van wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 1.47 van de wet;
j. ingeval van uitschrijving uit het register kinderopvang, gedurende een periode van 7 jaren na het moment van uitschrijving: de naam van de organisatie voor kinderopvang, een vermelding van de uitschrijving, alsmede de datum waarop deze uitschrijving heeft plaatsgevonden; en
k. een verwijzing naar de elektronische vindplaatsen van de in artikel 1.62 van de wet bedoelde rapporten van de GGD alsmede de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten.
3. De organisatie voor kinderopvang wordt geregistreerd met ingang van de datum van een toekennende beschikking als bedoeld in artikel 1.46, eerste lid, van de wet.