Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. burgerservicenummer: burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
b. college: college van burgemeester en wethouders;
c. handelsregister: handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
d. organisatie voor kinderopvang: kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang;
e. het sociaal-fiscaal nummer: het sociaal-fiscaal nummer als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder k van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
f. soort kinderopvang: buitenschoolse opvang of dagopvang;
g. vestiging: vestiging, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007;
h. wet:Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
2. Waar in dit besluit wordt gesproken van burgerservicenummer kan, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer dan wel een ander uniek vanwege een overheid verstrekt persoonsidentificerend nummer daarvoor in de plaats worden gesteld.
3. Waar in dit besluit wordt gesproken van college betreft dat steeds het college van de gemeente van vestiging of voorgenomen vestiging van een organisatie voor kinderopvang.
a. burgerservicenummer: burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
b. college: college van burgemeester en wethouders;
c. handelsregister: handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
d. organisatie voor kinderopvang: kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang;
e. het sociaal-fiscaal nummer: het sociaal-fiscaal nummer als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder k van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
f. soort kinderopvang: buitenschoolse opvang of dagopvang;
g. vestiging: vestiging, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007;
h. wet:Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
2. Waar in dit besluit wordt gesproken van burgerservicenummer kan, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer dan wel een ander uniek vanwege een overheid verstrekt persoonsidentificerend nummer daarvoor in de plaats worden gesteld.
3. Waar in dit besluit wordt gesproken van college betreft dat steeds het college van de gemeente van vestiging of voorgenomen vestiging van een organisatie voor kinderopvang.