BWBR0026951
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 23
Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie
1. De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die bezwaar maakt, beroep of hoger beroep instelt of een verzoek om voorlopige voorziening bij de bestuursrechter doet, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedures, op voorwaarde dat:
a. de rechtsprocedure is gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid;
b. bedoeld besluit is genomen binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel bedoeld in artikel 16, eerste lid, of nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van het standpunt, bedoeld in artikel 22, eerste lid; en
c. bedoeld besluit wordt aangevochten op de grond dat het is genomen vanwege een melding.
2. De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die op grond van artikel 4:8 Algemene wet bestuursrechtzijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen besluit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten op voorwaarde dat:
a. het voorgenomen besluit betreft een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid;
b. het voorgenomen besluit is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en
c. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat het voorgenomen besluit verband houdt met de melding.
3. De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
a. de rechtsprocedure is gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid;
b. bedoeld besluit is genomen binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel bedoeld in artikel 16, eerste lid, of nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van het standpunt, bedoeld in artikel 22, eerste lid; en
c. bedoeld besluit wordt aangevochten op de grond dat het is genomen vanwege een melding.
2. De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die op grond van artikel 4:8 Algemene wet bestuursrechtzijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen besluit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten op voorwaarde dat:
a. het voorgenomen besluit betreft een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid;
b. het voorgenomen besluit is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en
c. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat het voorgenomen besluit verband houdt met de melding.
3. De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.