BWBR0026951
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 15
Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie
1. Het bevoegd gezag stelt een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand.
2. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand.
3. Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan in ieder geval achterwege worden gelaten als:
a. geen sprake is van een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e;
b. de melding niet is gedaan binnen de in artikel 10 genoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft;
c. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
4. Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad. De vertrouwenspersoon stuurt de kennisgeving door aan de melder.
5. Bij de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie.
2. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand.
3. Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan in ieder geval achterwege worden gelaten als:
a. geen sprake is van een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e;
b. de melding niet is gedaan binnen de in artikel 10 genoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft;
c. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
4. Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad. De vertrouwenspersoon stuurt de kennisgeving door aan de melder.
5. Bij de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie.