BWBR0026951
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 2
Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie
1. Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder, niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die melding.
2. Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of een gewezen vertrouwenspersoon, wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat hij niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt in de uitoefening van zijn taken.
3. Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot:
a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;
b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst;
c. het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst;
d. het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe;
e. het treffen van een ordemaatregel;
f. het treffen van een disciplinaire maatregel;
g. het onthouden van salarisverhoging;
h. het onthouden van promotiekansen;
i. het afwijzen van verlof.
2. Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of een gewezen vertrouwenspersoon, wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat hij niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt in de uitoefening van zijn taken.
3. Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot:
a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;
b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst;
c. het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst;
d. het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe;
e. het treffen van een ordemaatregel;
f. het treffen van een disciplinaire maatregel;
g. het onthouden van salarisverhoging;
h. het onthouden van promotiekansen;
i. het afwijzen van verlof.