BWBR0026174
Geldig vanaf 2009-07-29
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal SZW
De directeur is verantwoordelijk voor:
a. het leiding geven aan de directie Bedrijfsvoering;
b. het door tussenkomst van de plaatsvervangend secretaris-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de directie Bedrijfsvoering en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;
c. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de directie Bedrijfsvoering met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de maximale bezetting, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de directie Bedrijfsvoering;
e. de personeelsaangelegenheden van de onder de directeur ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal;
f. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de Stichting Pensioenfonds ABP;
g. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
h. het formuleren en uitvoeren van het jaarplan voor de directie Bedrijfsvoering binnen de door de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vastgestelde uitgangspunten;
i. het rapporteren aan de plaatsvervangend secretaris-generaal over de uitvoering van het jaarplan betreffende de directie Bedrijfsvoering;
j. het, na overeenstemming daarover met de plaatsvervangend secretaris-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;
k. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de directie Bedrijfsvoering en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de directie Bedrijfsvoering;
l. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder de directeur ressorterende functionarissen;
m. het dynamisch archiefbeheer van de directie Bedrijfsvoering, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie en, vernietiging alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de directie Bedrijfsvoering;
n. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen.
a. het leiding geven aan de directie Bedrijfsvoering;
b. het door tussenkomst van de plaatsvervangend secretaris-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de directie Bedrijfsvoering en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;
c. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de directie Bedrijfsvoering met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de maximale bezetting, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de directie Bedrijfsvoering;
e. de personeelsaangelegenheden van de onder de directeur ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal;
f. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de Stichting Pensioenfonds ABP;
g. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
h. het formuleren en uitvoeren van het jaarplan voor de directie Bedrijfsvoering binnen de door de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vastgestelde uitgangspunten;
i. het rapporteren aan de plaatsvervangend secretaris-generaal over de uitvoering van het jaarplan betreffende de directie Bedrijfsvoering;
j. het, na overeenstemming daarover met de plaatsvervangend secretaris-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;
k. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de directie Bedrijfsvoering en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de directie Bedrijfsvoering;
l. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder de directeur ressorterende functionarissen;
m. het dynamisch archiefbeheer van de directie Bedrijfsvoering, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie en, vernietiging alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de directie Bedrijfsvoering;
n. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen.