BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 54
Wet investeren in jongeren
1. Het college kan de kosten van de inkomensvoorziening terugvorderen, voor zover die inkomensvoorziening:
a. ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
b. op grond van artikel 37 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op inkomensvoorziening bestaat;
c. in de vorm van geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen;
d. anderszins onverschuldigd is betaald, omdat de jongere naderhand met betrekking tot de periode waarover de inkomensvoorziening is verleend, over in aanmerking te nemen vermogen of inkomen beschikt of kan beschikken; of
e. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
2. Indien het college op grond van artikel 16, derde lid, gehouden is kosten verbonden aan een werkleeraanbod, of een inkomensvoorziening over een bepaalde periode aan een andere gemeente te vergoeden, geschiedt de terugvordering over die periode, voor zover zij nog niet heeft plaatsgehad, door het college van eerstgenoemde gemeente.
3. Het college is bevoegd tot verrekening van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de inkomensvoorziening.
4. Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verstrekt krachtens de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>inhoudingsplichtige is, alsmede de vergoeding, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/46" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46 van de Zorgverzekeringswet</a>, kunnen worden teruggevorderd, voor zover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding.
5. Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
a. ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
b. op grond van artikel 37 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op inkomensvoorziening bestaat;
c. in de vorm van geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen;
d. anderszins onverschuldigd is betaald, omdat de jongere naderhand met betrekking tot de periode waarover de inkomensvoorziening is verleend, over in aanmerking te nemen vermogen of inkomen beschikt of kan beschikken; of
e. anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
2. Indien het college op grond van artikel 16, derde lid, gehouden is kosten verbonden aan een werkleeraanbod, of een inkomensvoorziening over een bepaalde periode aan een andere gemeente te vergoeden, geschiedt de terugvordering over die periode, voor zover zij nog niet heeft plaatsgehad, door het college van eerstgenoemde gemeente.
3. Het college is bevoegd tot verrekening van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de inkomensvoorziening.
4. Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de inkomensvoorziening verstrekt krachtens de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>inhoudingsplichtige is, alsmede de vergoeding, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/46" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46 van de Zorgverzekeringswet</a>, kunnen worden teruggevorderd, voor zover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding.
5. Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.