BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 30
Wet investeren in jongeren
1. Het college verhoogt de norm, bedoeld in de artikelen 26, onderdeel b, en 27, onderdeel b, met een toeslag voor zover de jongere hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
2. De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 juli 2011: € 263,97per kalendermaand.
2. De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 juli 2011: € 263,97per kalendermaand.