BWBR0025977
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 3
Regeling leerplusarrangement vo
1. De verstrekking van aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats voor één kalenderjaar.
2. De aanvullende bekostiging wordt bepaald op grond van het aantal L+A-leerlingen dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.
3. Verstrekking van de aanvullende bekostiging vindt uiterlijk plaats in de maand mei 2023. Voorwaarde voor deze verstrekking is dat op zowel de teldatum 1 oktober 2019 als op de teldatum 1 oktober 2020 de drempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehaald.
4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De minister kan de hoogte van de aanvullende bekostiging wijzigen indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, daartoe aanleiding geeft.
6. Vaststelling van de aanvullende bekostiging vindt plaats na de verstrekking van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vijfde lid.
2. De aanvullende bekostiging wordt bepaald op grond van het aantal L+A-leerlingen dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.
3. Verstrekking van de aanvullende bekostiging vindt uiterlijk plaats in de maand mei 2023. Voorwaarde voor deze verstrekking is dat op zowel de teldatum 1 oktober 2019 als op de teldatum 1 oktober 2020 de drempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehaald.
4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De minister kan de hoogte van de aanvullende bekostiging wijzigen indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, daartoe aanleiding geeft.
6. Vaststelling van de aanvullende bekostiging vindt plaats na de verstrekking van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vijfde lid.