BWBR0025977
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 4
Regeling leerplusarrangement vo
1. Bij de bepaling of het bevoegd gezag van een school in aanmerking komt voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt getoetst aan de volgende drempels per vestiging per onderwijssoort in een cyclus van teldata van steeds twee achtereenvolgende jaren:
a. minimaal 30% apc-leerlingen in het praktijkonderwijs
b. minimaal 30% apc-leerlingen in het vmbo
c. minimaal 50% apc-leerlingen in het havo
d. minimaal 65% apc-leerlingen in het vwo
e. minimaal 30% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw met vmbo
f. minimaal 50% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw zonder vmbo.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de in bijlage 1opgenomen elementcodes die aangeven aan welke onderdelen van het eerste lid de leerlingen worden toegerekend.
3. In de cyclus, bedoeld in het eerste lid, worden de twee achtereenvolgende teldata slechts éénmaal bij de vaststelling van de drempel gehanteerd.
4. De drempel, bedoeld in het eerste lid, wordt procentueel bepaald door per onderdeel van het eerste lid het aantal apc-leerlingen van de vestiging per onderwijssoort te delen door het totaal aantal leerlingen van de vestiging per onderwijssoort en rekenkundig af te ronden op een geheel getal.
5. Bij de bepaling van het aantal apc-leerlingen wordt de postcode uit de BRP, zoals geregistreerd in het register onderwijsdeelnemers, als uitgangspunt genomen. In het geval de postcode niet in de BRP is opgenomen, wordt de postcode gehanteerd die door het bevoegd gezag van de school aan de minister is aangeleverd.
a. minimaal 30% apc-leerlingen in het praktijkonderwijs
b. minimaal 30% apc-leerlingen in het vmbo
c. minimaal 50% apc-leerlingen in het havo
d. minimaal 65% apc-leerlingen in het vwo
e. minimaal 30% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw met vmbo
f. minimaal 50% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw zonder vmbo.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de in bijlage 1opgenomen elementcodes die aangeven aan welke onderdelen van het eerste lid de leerlingen worden toegerekend.
3. In de cyclus, bedoeld in het eerste lid, worden de twee achtereenvolgende teldata slechts éénmaal bij de vaststelling van de drempel gehanteerd.
4. De drempel, bedoeld in het eerste lid, wordt procentueel bepaald door per onderdeel van het eerste lid het aantal apc-leerlingen van de vestiging per onderwijssoort te delen door het totaal aantal leerlingen van de vestiging per onderwijssoort en rekenkundig af te ronden op een geheel getal.
5. Bij de bepaling van het aantal apc-leerlingen wordt de postcode uit de BRP, zoals geregistreerd in het register onderwijsdeelnemers, als uitgangspunt genomen. In het geval de postcode niet in de BRP is opgenomen, wordt de postcode gehanteerd die door het bevoegd gezag van de school aan de minister is aangeleverd.