BWBR0025890
Geldig vanaf 2020-03-22
Artikel 8b
Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009
1. Het instituut toetst de aanvragen voor certificering van bijlessen aan de volgende criteria:
a. de doelstelling van de bijles;
b. het lesplan;
c. de leerstof of het lesmateriaal;
d. bewijzen van professionaliteit van docenten;
e. informatie met betrekking tot het voldoen aan bedrijfsmatige criteria.
Het instituut stelt een formulier op voor de aanvraag.
2. Het lesplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt afgestemd op de behoefte van cursisten en bestaat ten minste uit:
a. een individueel intakegesprek als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, eerste zin;
b. het door degene die de bijles volgt verzorgen van twee praktijklessen aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de motorrijtuigcategorie die overeenkomt met de motorrijtuigcategorie voor het geven van rijonderricht waarvoor de bijles wordt gevolgd;
c. een evaluatief eindgesprek als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, eerste zin, na de laatste gegeven praktijkles.
3. De aanvraag om te worden gecertificeerd gaat vergezeld van alle gegevens en bescheiden met betrekking tot de in het eerste en tweede lid genoemde criteria die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn, overeenkomstig het in het eerste lid genoemde formulier.
4. De cursus wordt uitgevoerd conform de bij de aanvraag gevoegde documenten en de door het instituut gestelde eisen.
5. Het toezicht door het instituut wordt steekproefsgewijs verricht.
6. Het instituut kan de certificering van de bijles schorsen of intrekken indien niet wordt voldaan aan het vierde lid.
a. de doelstelling van de bijles;
b. het lesplan;
c. de leerstof of het lesmateriaal;
d. bewijzen van professionaliteit van docenten;
e. informatie met betrekking tot het voldoen aan bedrijfsmatige criteria.
Het instituut stelt een formulier op voor de aanvraag.
2. Het lesplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt afgestemd op de behoefte van cursisten en bestaat ten minste uit:
a. een individueel intakegesprek als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, eerste zin;
b. het door degene die de bijles volgt verzorgen van twee praktijklessen aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de motorrijtuigcategorie die overeenkomt met de motorrijtuigcategorie voor het geven van rijonderricht waarvoor de bijles wordt gevolgd;
c. een evaluatief eindgesprek als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, eerste zin, na de laatste gegeven praktijkles.
3. De aanvraag om te worden gecertificeerd gaat vergezeld van alle gegevens en bescheiden met betrekking tot de in het eerste en tweede lid genoemde criteria die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn, overeenkomstig het in het eerste lid genoemde formulier.
4. De cursus wordt uitgevoerd conform de bij de aanvraag gevoegde documenten en de door het instituut gestelde eisen.
5. Het toezicht door het instituut wordt steekproefsgewijs verricht.
6. Het instituut kan de certificering van de bijles schorsen of intrekken indien niet wordt voldaan aan het vierde lid.