BWBR0025890
Geldig vanaf 2020-03-22
Artikel 4
Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009
1. Het examen voor het certificaat rijinstructeur voor de motorrijtuigcategorie B bestaat uit drie fasen. De kandidaat is vrij in de volgorde waarin hij de onderdelen van de fasen 1 en 2, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, aflegt.
2. Fase 1 (Bekwaam in verkeersdeelname) bestaat uit een theorietoets en een praktijkrit. Fase 2 (Didactische voorwaarden) bestaat uit een theorietoets Lesvoorbereiding en een theorietoets Lesuitvoering en beoordelen.
3. De kandidaat sluit elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met het oordeel ‘voldoende’ af. Elk oordeel ‘voldoende’ is twaalf aaneengesloten maanden geldig. Binnen de periode dat een oordeel ‘voldoende’ geldig is, kan de kandidaat de onderdelen die niet met het oordeel ‘voldoende’ zijn afgesloten opnieuw afleggen. Overeenkomstig artikel 12a, eerste lid, van de wet, mag de kandidaat die elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met een voldoende heeft afgesloten, deelnemen aan de stage, ook wel aangeduid als fase 3.
4. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets in fase 1 de in bijlage 1, onderdeel I, genoemde onderdelen.
5. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de praktijkrit in fase 1 naast de onderdelen, bedoeld in het vierde lid, de in bijlage 1, onderdeel II, genoemde onderdelen.
6. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets Lesvoorbereiding in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel III, genoemde onderdelen.
7. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets Lesuitvoering en beoordelen in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel IV, genoemde onderdelen.
8. Het examen bestaat, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, tweede zin, en derde lid, voor het certificaat rijinstructeur voor:
a. de motorrijtuigcategorieën A, C en D uit fase 1 en fase 3;
b. de motorrijtuigcategorieën E bij B, E bij C en E bij D uit fase 1.
2. Fase 1 (Bekwaam in verkeersdeelname) bestaat uit een theorietoets en een praktijkrit. Fase 2 (Didactische voorwaarden) bestaat uit een theorietoets Lesvoorbereiding en een theorietoets Lesuitvoering en beoordelen.
3. De kandidaat sluit elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met het oordeel ‘voldoende’ af. Elk oordeel ‘voldoende’ is twaalf aaneengesloten maanden geldig. Binnen de periode dat een oordeel ‘voldoende’ geldig is, kan de kandidaat de onderdelen die niet met het oordeel ‘voldoende’ zijn afgesloten opnieuw afleggen. Overeenkomstig artikel 12a, eerste lid, van de wet, mag de kandidaat die elk onderdeel van fase 1 en fase 2 met een voldoende heeft afgesloten, deelnemen aan de stage, ook wel aangeduid als fase 3.
4. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets in fase 1 de in bijlage 1, onderdeel I, genoemde onderdelen.
5. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de praktijkrit in fase 1 naast de onderdelen, bedoeld in het vierde lid, de in bijlage 1, onderdeel II, genoemde onderdelen.
6. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets Lesvoorbereiding in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel III, genoemde onderdelen.
7. Met inachtneming van artikel 5 van het besluitomvat de theorietoets Lesuitvoering en beoordelen in fase 2 de in bijlage 1, onderdeel IV, genoemde onderdelen.
8. Het examen bestaat, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, tweede zin, en derde lid, voor het certificaat rijinstructeur voor:
a. de motorrijtuigcategorieën A, C en D uit fase 1 en fase 3;
b. de motorrijtuigcategorieën E bij B, E bij C en E bij D uit fase 1.