BWBR0025890
Geldig vanaf 2020-03-22
Artikel 8
Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009
1. De rijinstructeur die praktische bijscholing wil volgen als bedoeld in artikel 12b van de wet, dient bij het instituut een aanvraag in om voor de betrokken praktijkbegeleiding te worden ingepland.
2. Tijdens de praktijkbegeleiding geeft degene die de bijscholing volgt een volledige praktische rijles aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de motorrijtuigcategorie die overeenkomt met de motorrijtuigcategorie voor het geven van rijonderricht waarvoor de bijscholing wordt gevolgd, tenzij degene die de bijscholing volgt werkzaam is binnen een dienstverband bij het CBR of het instituut.
3. Het instituut houdt de resultaten van de praktijkbegeleiding bij in het register.
4. Het instituut kan de maximale duur dat het certificaat, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wetgeldig is éénmalig verlengen in het geval dat de rijinstructeur wegens verschoonbare redenen niet aan zijn verplichting tot praktische bijscholing, bedoeld in artikel 12b van de wet, heeft kunnen voldoen. Aan de verlenging kunnen voorschriften worden verbonden. De verlenging is beperkt tot maximaal twaalf aaneengesloten maanden, afhankelijk van de ernst van de reden. Indien verlenging op medische gronden wordt verzocht, gaat het verzoek om verlenging vergezeld van een medische verklaring met betrekking tot de gronden.
5. Het instituut houdt de verleende verlengingen, bedoeld in het derde lid, alsmede de verlengingen, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde en vierde zin, van de wetbij in het register.
2. Tijdens de praktijkbegeleiding geeft degene die de bijscholing volgt een volledige praktische rijles aan een leerling die wordt opgeleid voor het praktijkexamen in de motorrijtuigcategorie die overeenkomt met de motorrijtuigcategorie voor het geven van rijonderricht waarvoor de bijscholing wordt gevolgd, tenzij degene die de bijscholing volgt werkzaam is binnen een dienstverband bij het CBR of het instituut.
3. Het instituut houdt de resultaten van de praktijkbegeleiding bij in het register.
4. Het instituut kan de maximale duur dat het certificaat, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wetgeldig is éénmalig verlengen in het geval dat de rijinstructeur wegens verschoonbare redenen niet aan zijn verplichting tot praktische bijscholing, bedoeld in artikel 12b van de wet, heeft kunnen voldoen. Aan de verlenging kunnen voorschriften worden verbonden. De verlenging is beperkt tot maximaal twaalf aaneengesloten maanden, afhankelijk van de ernst van de reden. Indien verlenging op medische gronden wordt verzocht, gaat het verzoek om verlenging vergezeld van een medische verklaring met betrekking tot de gronden.
5. Het instituut houdt de verleende verlengingen, bedoeld in het derde lid, alsmede de verlengingen, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde en vierde zin, van de wetbij in het register.