BWBR0025839
Geldig vanaf 2017-05-08
Artikel 9
Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen
1. De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag voor opleidingsscholen bedoeld in artikel 4, eerste lidbij overschrijding van het subsidieplafond evenredig over de subsidieontvangers zodanig dat iedere subsidieontvanger een gelijk percentage ontvangt van het bedrag wat op grond van de tabel in bijlage 2aan hem zou worden verleend.
3. De subsidieverlening voor aspirant-opleidingsscholen geschiedt op basis van een beoordeling van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie. De Minister hanteert hierbij de in bijlage 4bij deze regeling opgenomen beoordelingscriteria.
4. In hoeverre een aspirant-opleidingsschool bijdraagt aan een evenwichtige geografische spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid.
5. Indien het verlenen van de subsidie voor aspirant-opleidingsscholen aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond bedoeld in artikel 4, tweede lid, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag voor opleidingsscholen bedoeld in artikel 4, eerste lidbij overschrijding van het subsidieplafond evenredig over de subsidieontvangers zodanig dat iedere subsidieontvanger een gelijk percentage ontvangt van het bedrag wat op grond van de tabel in bijlage 2aan hem zou worden verleend.
3. De subsidieverlening voor aspirant-opleidingsscholen geschiedt op basis van een beoordeling van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie. De Minister hanteert hierbij de in bijlage 4bij deze regeling opgenomen beoordelingscriteria.
4. In hoeverre een aspirant-opleidingsschool bijdraagt aan een evenwichtige geografische spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid.
5. Indien het verlenen van de subsidie voor aspirant-opleidingsscholen aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond bedoeld in artikel 4, tweede lid, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.