BWBR0025814
Geldig vanaf 2009-05-13
Artikel 6
Regeling studiefaciliteiten politie
1. Bij het bepalen van de mate van het organisatiebelang betrekt het bevoegd gezag in ieder geval:
a. de persoonlijke competenties in relatie tot de functie waarvoor de ambtenaar wordt opgeleid;
b. de vraag of op basis van de gemaakte afspraken in het gesprek over het persoonlijk ontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 72 van het Besluit algemene rechtspositie politie, de ambtenaar toe is aan een andere functie;
c. de beschikbaarheid van potentieel intern en extern aanbod voor vervulling van bepaalde functies, nu en in de toekomst;
d. de noodzaak dan wel de wenselijkheid om interne kandidaten een kans te bieden door te stromen naar andere functies.
2. Het bevoegd gezag bepaalt voorafgaande aan de opleiding eenmalig de mate van organisatiebelang.
3. Het bevoegd gezag kan tijdens de duur van de opleiding de op grond van het vorige lid bepaalde mate van organisatiebelang wijzigen ten gunste van de ambtenaar.
4. Het bevoegd gezag betrekt bij de vaststelling van het organisatiebelang het belang van de eigen regionale of landelijke eenheid of ondersteunende dienst, het belang van de politiedienst en het belang van een loopbaanpad buiten de politiedienst.
a. de persoonlijke competenties in relatie tot de functie waarvoor de ambtenaar wordt opgeleid;
b. de vraag of op basis van de gemaakte afspraken in het gesprek over het persoonlijk ontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 72 van het Besluit algemene rechtspositie politie, de ambtenaar toe is aan een andere functie;
c. de beschikbaarheid van potentieel intern en extern aanbod voor vervulling van bepaalde functies, nu en in de toekomst;
d. de noodzaak dan wel de wenselijkheid om interne kandidaten een kans te bieden door te stromen naar andere functies.
2. Het bevoegd gezag bepaalt voorafgaande aan de opleiding eenmalig de mate van organisatiebelang.
3. Het bevoegd gezag kan tijdens de duur van de opleiding de op grond van het vorige lid bepaalde mate van organisatiebelang wijzigen ten gunste van de ambtenaar.
4. Het bevoegd gezag betrekt bij de vaststelling van het organisatiebelang het belang van de eigen regionale of landelijke eenheid of ondersteunende dienst, het belang van de politiedienst en het belang van een loopbaanpad buiten de politiedienst.