BWBR0025814
Geldig vanaf 2009-05-13
Artikel 11
Regeling studiefaciliteiten politie
1. De terugbetalingsverplichting, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van Besluit algemene rechtspositie politie, wordt niet opgelegd bij functiegerichte opleidingen, met uitzondering van functiegerichte opleidingen waarvan de kennis niet specifiek de politie betreft en die meer dan € 12.500 per opleiding kosten.
2. De Minister van Veiligheid en Justitie herziet iedere drie jaar de hoogte van het in het eerste lid genoemde bedrag.
3. Het terug te betalen bedrag door de ambtenaar, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie, aan wie een terugbetalingsverplichting is opgelegd omdat hij binnen een periode van 36 maanden na afronding van de opleiding de politie verlaat, wordt gesteld op 1/36 van het totaal aan hem vergoede bedrag voor elke maand die na het verlaten van de politie resteert van de bedoelde periode.
4. In afwijking van het derde lid valt, indien sprake is van een in het eerste lid bedoelde terugbetalingsverplichting voor functiegerichte opleidingen waarvan de kennis niet specifiek de politie betreft, het aan de ambtenaar vergoede bedrag tot en met het in het eerste lid genoemde bedrag niet onder de terugbetalingsverplichting.
5. De in artikel 67, eerste lid, bedoelde terugbetalingsverplichting wordt niet opgelegd indien de ambtenaar ontslag is verleend met recht op een pensioenuitkering.
6. Het bevoegd gezag kan besluiten de toekenning van studiefaciliteiten te beëindigen, indien de ambtenaar volgens de normen van de onderwijsinstelling onvoldoende voortgang boekt of indien blijkt dat de ambtenaar de aan hem op grond van deze regeling toegekende aanspraken niet benut voor de opleiding.
2. De Minister van Veiligheid en Justitie herziet iedere drie jaar de hoogte van het in het eerste lid genoemde bedrag.
3. Het terug te betalen bedrag door de ambtenaar, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie, aan wie een terugbetalingsverplichting is opgelegd omdat hij binnen een periode van 36 maanden na afronding van de opleiding de politie verlaat, wordt gesteld op 1/36 van het totaal aan hem vergoede bedrag voor elke maand die na het verlaten van de politie resteert van de bedoelde periode.
4. In afwijking van het derde lid valt, indien sprake is van een in het eerste lid bedoelde terugbetalingsverplichting voor functiegerichte opleidingen waarvan de kennis niet specifiek de politie betreft, het aan de ambtenaar vergoede bedrag tot en met het in het eerste lid genoemde bedrag niet onder de terugbetalingsverplichting.
5. De in artikel 67, eerste lid, bedoelde terugbetalingsverplichting wordt niet opgelegd indien de ambtenaar ontslag is verleend met recht op een pensioenuitkering.
6. Het bevoegd gezag kan besluiten de toekenning van studiefaciliteiten te beëindigen, indien de ambtenaar volgens de normen van de onderwijsinstelling onvoldoende voortgang boekt of indien blijkt dat de ambtenaar de aan hem op grond van deze regeling toegekende aanspraken niet benut voor de opleiding.